**1..** Werken tot wijziging, verbetering of uitbreiding van bestaande of tot aanleg van nieuwe sporen of spoorwegwerken, welke niet vallen onder het bepaalde in de artikelen 13, 15 en 16 en welke nodig zijn voor een goede exploitatie van de in artikel 2 onder a. bedoelde terreinen en in het belang van het vervoer per spoorweg of wel ter vergemakkelijking van de exploitatie der sporen of spoorwegwerken, alsmede werken, uitsluitend omvattende opruiming van bestaande sporen of spoorwegwerken, worden, behoudens het gestelde in het vierde, in het negentiende en in het negen en twintigste lid van dit artikel, slechts uitgevoerd met goedvinden van beide partijen, die de plannen daartoe in gemeen overleg vaststellen.
**2..** Indien een der partijen enig niet onder de artikelen 13, 15 en 16 vallend werk tot wijziging, verbetering of uitbreiding van bestaande of tot aanleg van nieuwe sporen of spoorwegwerken wenst te doen uitvoeren, doch de andere partij zich daartegen verzet, is de eerstgenoemde partij bevoegd de beslissing in te roepen van drie niet tot de ambtenaren van partijen behorende deskundigen, te benoemen op de wijze als in artikel 27 voor scheidslieden is bepaald.
**3..** Beslissen de deskundigen, dat het werk nodig is voor een goede exploitatie van de in artikel 2 onder a. bedoelde terreinen en in het belang van het vervoer per spoorweg of wel ter vergemakkelijking van de exploitatie der sporen of spoorwegwerken, dan wordt het werk geacht het goedvinden van beide partijen te hebben verkregen. De deskundigen beslissen in hoogste ressort. De daaraan verbonden kosten komen ten laste van beide partijen, ieder voor de helft.
**4..** N.S. is bevoegd:
zonder voorafgaand overleg met de Gemeente, over te gaan tot uitvoering van werken tot wijziging, verbetering of uitbreiding van bestaande of tot aanleg van nieuwe sporen of spoorwegwerken, indien de Gemeente daarvoor geen grond behoeft beschikbaar te stellen en de kosten van uitvoering, verhoogd met tien procent (10 %) voor directie en toezicht en met eventueel op de uitvoering drukkende belastingen, door N.S. niet hoger worden geraamd dan ƒ 500,–;
na de Gemeente te hebben gehoord, over te gaan tot uitvoering van niet onder a. vallende werken tot verbetering van de constructie van sporen en spoorwegwerken, indien en zodra zij dit nodig acht in verband met het gebruik van de sporen of spoorwegwerken of ter besparing van kosten van onderhoud of bediening.
**5..** Werken, als bedoeld in het eerste of het derde lid van dit artikel, worden, voor wat de onderbouw van sporen aangaat, uitgevoerd door de Gemeente en overigens door N.S. Zo nodig zal door partijen vooraf onderling overleg worden gepleegd ter bevordering van de eenheid van werken, ter verzekering van een behoorlijke exploitatie der sporen en der spoorwegwerken en ter instandhouding van het verkeer over de openbare weg.
**6..** Waar de sporen worden gelegd in terreinen, die van bestrating of van andere verhardingen zijn voorzien, worden de spoorstaven, indien de samenstelling van de bestrating of andere verharding dit vereist, door N.S. op stoelen of houten klossen geplaatst en van contrarails voorzien.
**7..** Wordt bij aanleg van een spoor door de Gemeente tussen twee lijnen, getrokken op aan weerszijden van de as van het spoor, een andere bestrating of verharding aangelegd dan aldaar aanwezig was, ten einde daardoor de kosten van het aanbrengen van stoelen of houten klossen en van contrarails te besparen, dan wordt van de bijgeval daaruit voortvloeiende meerdere kosten van aanleg, verhoogd met tien procent (10 %) voor directie en toezicht en met eventueel op de uitvoering drukkende belastingen, de helft door N.S. aan de Gemeente vergoed.
**8..** Waar de Gemeente zulks in het belang van de veiligheid van het openbaar verkeer nodig oordeelt, is N.S. verplicht bij de reeds bestaande en de later te leggen en gelegde wissels ondergrondse wisseloverzetters aan te brengen dan wel bovengrondse wisseloverzetters te vervangen door ondergrondse.
**9..** De kosten van uitvoering door N.S. van werken, als bedoeld in het vierde lid onder a., worden gedragen door N.S. De kosten van uitvoering door N.S. van werken, als bedoeld in. het vierde lid onder b., het vijfde, het zesde of het achtste lid, komen, met inbegrip van tien procent (10 %) voor directie en toezicht en van eventueel op de uitvoering drukkende belastingen, ten laste van beide partijen, ieder voor de helft, zulks voor zover zij niet op derden worden verhaald. Bij de vaststelling van de kosten van uitvoering wordt de waarde van vrijgekomen materialen, behorende tot de bovenbouw of tot de beveiligingsinrichtingen der sporen, niet in mindering gebracht. Bij de betaling door de Gemeente van het door haar verschuldigde bedrag wegens de uitvoering van een werk, zal de Gemeente tevens aan N.S. een vergoeding voldoen wegens rentederving, ten bedrage van vier procent (4 %) van de helft der kosten van uitvoering, gerekend van de dag der betaling door N.S. tot en met de dag, waarop de betaling door de Gemeente aan N.S. plaats vindt.
**10..** De bij de vaststelling van de kosten van uitvoering in rekening te brengen waarde van door N.S. ten behoeve van de uitvoering van een werk geleverde en verwerkte materialen, behorende tot de bovenbouw of tot de beveiligingsinrichtingen der sporen, wordt bepaald naar kwaliteit en aan de hand van de op het tijdstip der levering bij N.S. geldende prijslijsten.
**11..** Indien bij de uitvoering van een werk materialen, behorende tot de bovenbouw der sporen, tijdelijk moeten worden opgebroken en daarna weer worden verwerkt, wordt de waardevermindering, die de bedoelde materialen daardoor ondergaan, beschouwd als uitgave wegens de uitvoering van het werk, zullende echter op deze uitgave de in het negende lid omschreven verhoging niet worden toegepast.
**12..** De bij uitvoering van een werk vrijkomende materialen, behorende tot de bovenbouw of tot de beveiligingsinrichtingen der sporen, komen ter beschikking van N.S., terwijl van de waarde de helft ten bate van de Gemeente komt. Deze waarde wordt, behoudens het gestelde in het volgende lid, bepaald naar de kwaliteit, die de materialen na het opbreken hebben en aan de hand van de op het tijdstip, waarop zij vrijkomen, bij N.S. geldende prijslijsten.
**13..** De kwaliteit van geleverde en verwerkte, onderscheidenlijk vrijgekomen materialen, behorende tot de beveiligingsinrichtingen der sporen, wordt steeds gelijkgesteld aan die van nieuwe materialen, tenzij, voor wat vrijgekomen materialen betreft, N.S. van oordeel is, dat zij niet meer voor gebruik in haar bedrijf geschikt zijn, in welk geval de vrijgekomen materialen bij de bepaling van de waarde als onbruikbaar worden beschouwd.
**14..** Voor zover de in de vorige leden bedoelde materialen niet in de prijslijsten van N.S. zijn vermeld, geschiedt de waardebepaling, bedoeld in het tiende en het twaalfde lid, door partijen in onderling overleg.
**15..** De kosten van de op grond van het vijfde lid door de Gemeente uit te voeren werken komen, voor zover zij niet op derden worden verhaald, ten laste van de Gemeente. Indien en voor zover door de uitvoering de kapitaalswaarde van enig bestaand object van de Gemeente is toegenomen of wel enig nieuw object is ontstaan, waaraan kapitaalswaarde kan worden toegekend, worden de ten laste van de Gemeente komende kosten toegevoegd aan de kapitalen, waarvan volgens het derde lid van artikel 20 aan de Gemeente rente toekomt. Overigens worden de ten laste van de Gemeente komende kosten toegevoegd aan de bedragen, die ten laste van de in artikel 20 bedoelde exploitatierekening worden geboekt.
**16..** Telkenmale na het gereedkomen van een op grond van het vijfde lid door de Gemeente uit te voeren werk wordt, in gemeen overleg, het niet op derden verhaalde bedrag der kosten, verhoogd met tien procent (10 %) voor directie en toezicht en met eventueel op de uitvoering drukkende belastingen, vastgesteld en voorts bepaald of en in hoeverre het vastgestelde bedrag in aanmerking komt voor toevoeging aan de in het vorige lid bedoelde kapitalen, onderscheidenlijk voor toevoeging aan de ten laste van de exploitatierekening te boeken bedragen.
**17.** De kosten van verkrijging van de voor een werk, als bedoeld in het eerste of het derde lid, door de Gemeente ter beschikking te stellen gronden komen ten laste van de Gemeente.
**18..** Voordat wordt overgegaan tot uitvoering van een werk, als bedoeld in het eerste of het derde lid van dit artikel, moet door partijen worden vastgesteld of, en zo ja, in welke mate het in artikel 22 onder A. 1. bedoelde kapitaal zal worden vermeerderd of verminderd wegens het door de Gemeente beschikbaar stellen van gronden, onderscheidenlijk wegens het vrijkomen van door de Gemeente beschikbaar gestelde gronden. Worden gronden beschikbaar gesteld voor rangeeremplacementen, voor naar rangeeremplacementen leidende sporen, of voor kantoren en is de waarde van deze gronden niet reeds begrepen in het al of niet vermeerderde of verminderde kapitaal, dan wordt het kapitaal op de eerste der maand, volgende op die, waarin met de uitvoering van een werk wordt aangevangen, vermeerderd met de kosten van verkrijging van deze gronden door de Gemeente, voor zover deze gronden niet tot het openbaar terrein blijven behoren of na totstandkoming van het werk tot openbaar terrein worden aangewezen. Komen gronden vrij, waarvan de waarde begrepen is in het al of niet vermeerderde of verminderde kapitaal, dan wordt het kapitaal op de eerste der maand, volgende op die waarin de uitvoering van het werk is voltooid, verminderd met het bedrag dier waarde. Van vrijkomende gronden, als in de vorige zin bedoeld, wordt tevens, in onderling overleg, de waarde geschat, welke zij ten tijde van het vrijkomen bezitten.
Is deze kleiner dan de waarde, waarvoor de gronden in het kapitaal begrepen waren, dan keert N.S. het halve verschil uit aan de Gemeente. Is de geschatte waarde groter, dan keert de Gemeente het halve verschil uit aan N.S. Bij gebleken gebrek aan overeenstemming tussen partijen omtrent de vermeerdering of vermindering van het kapitaal of omtrent de waardebepaling van vrijkomende gronden, is elk der partijen bevoegd de beslissing in te roepen van drie niet tot de ambtenaren van partijen behorende deskundigen, te benoemen op de wijze als in artikel 27 voor scheidslieden is bepaald. De deskundigen beslissen in hoogste ressort. De daaraan verbonden kosten komen ten laste van beide partijen, ieder voor de helft.
**19..** Wenst een der partijen een werk tot wijziging, verbetering of uitbreiding van bestaande of tot aanleg van nieuwe sporen of spoorwegwerken te doen uitvoeren en zijn partijen het er over eens, dat het werk niet nodig is, hetzij voor een goede exploitatie van de in artikel 2 onder a. bedoelde terreinen en in het belang van het vervoer per spoorweg, hetzij ter vergemakkelijking van de exploitatie der sporen of spoorwegwerken of wel beslissen de in het derde lid van dit artikel bedoelde deskundigen ten aanzien van dat werk in tegenovergestelde zin als in dat lid is aangegeven, dan zal de partij, die de uitvoering van het werk wenst, toch tot uitvoering kunnen doen overgaan, N.S. evenwel slechts indien de Gemeente daartegen overigens geen bezwaar heeft en de Gemeente slechts indien N.S. daartegen uit een oogpunt van exploitatie geen bezwaar heeft.
**20..** Op een werk, als in het vorige lid bedoeld, is van toepassing het vierde lid van dit artikel, met uitzondering van het bepaalde onder a. voor wat aangaat een werk, dat de Gemeente op grond van het negentiende lid deed uitvoeren, en voorts het vijfde lid (tenzij het vierde lid wordt toegepast) alsmede het zesde tot en met het veertiende lid, een en ander behoudens het volgende:
de kosten van uitvoering, verhoogd met tien procent (10 %) voor directie en, toezicht en met eventueel op de uitvoering drukkende belastingen komen, voor zover zij niet op derden worden verhaald, geheel ten laste van de partij, die het werk op grond van het negentiende lid doet uitvoeren;
doet N.S. het werk uitvoeren, dan komen meerdere kosten, als bedoeld in het zevende lid, geheel ten laste van N.S. Doet de Gemeente het werk uitvoeren, dan behoeft N.S. van meerdere kosten, als bedoeld in het zevende lid, niets te vergoeden aan de Gemeente;
komen bij de uitvoering materialen vrij, behorende tot de bovenbouw of tot de beveiligingsinrichtingen van sporen, welke deel uitmaken van een werk, dat een der partijen vroeger heeft doen uitvoeren op grond van het negentiende lid en dat niet op grond van het acht en twintigste lid van dit artikel alsnog wordt geacht aanstonds op de voet van het eerste lid van dit artikel te zijn gemaakt, dan komt de waarde van deze materialen ten bate van de partij, die dat werk deed uitvoeren.
**21..** De op grond van het in het vorige lid onder a. bepaalde geheel ten laste van de betreffende partij komende bedragen, verminderd met de waarde van vrijgekomen materialen, als bedoeld onder e. van dat lid, worden in overleg met de wederpartij vastgesteld.
**22..** De kosten van verkrijging van de voor een werk, als in het negentiende lid bedoeld, door de Gemeente ter beschikking te stellen gronden komen ten laste van de Gemeente.
**23..** Worden gronden ter beschikking gesteld voor een werk, als bedoeld in het negentiende lid, dat N.S. doet uitvoeren en is de waarde van deze gronden niet begrepen in het al of niet vermeerderde of verminderde kapitaal, als bedoeld in artikel 22 onder A. 1., dan zal N.S. van de kosten van verkrijging van deze gronden door de Gemeente, voor zover zij niet tot het openbaar terrein blijven behoren of na totstandkoming van het werk tot openbaar terrein worden aangewezen, een rente van vier procent (4 %) ’s jaars aan de Gemeente vergoeden, aanvangende op de eerste der maand, volgende op die, waarin met de uitvoering van het werk wordt aangevangen en eventueel eindigende op de eerste der maand, volgende op die, waarin het te niet doen van het werk is voltooid.
**24..** Behoudens het bepaalde in het acht en twintigste lid van dit artikel, is de partij, die een werk heeft doen uitvoeren op grond van het negentiende lid, te allen tijde bevoegd het werk weer te niet te doen. Het gestelde in het twintigste lid is daarop van toepassing, blijvende echter in dat geval het in overleg met de wederpartij vaststellen van de daaraan verbonden kosten, als bedoeld in het een en twintigste lid, achterwege.
**25..** Komen bij het te niet doen van een werk gronden, als bedoeld in het drie en twintigste lid vrij, dan wordt van deze gronden, in onderling overleg, de waarde geschat, welke zij ten tijde van het vrijkomen bezitten. Is de geschatte waarde kleiner dan de som, waarvan door N.S. rente wordt betaald, dan keert N.S. het verschil uit aan de Gemeente. Is de geschatte waarde groter, dan keert de Gemeente het verschil uit aan N.S. Deze uitkeringen zullen echter slechts plaats vinden indien en voor zover het waardeverschil het gevolg was van de uitvoering van het te niet gedane werk. Bij gebleken gebrek aan overeenstemming tussen de partijen omtrent de waardebepaling van de bedoelde gronden of omtrent het al of niet uitkeren van een verschil in waarde, als bedoeld in de vorige zin, is elk der partijen bevoegd de beslissing in te roepen van drie niet tot de ambtenaren van partijen behorende deskundigen, te benoemen op de wijze als in artikel 27 voor scheidslieden is bepaald. De deskundigen beslissen in hoogste ressort. De daaraan verbonden kosten komen ten laste van beide partijen, ieder voor de helft.
**26..** Op een op grond van het negentiende lid uitgevoerd werk, dat niet op grond van het acht en twintigste lid alsnog wordt geacht aanstonds op de voet van het eerste lid van dit artikel te zijn gemaakt, is het gestelde in artikel 7 van toepassing, behoudens dat de kosten geheel ten laste komen van de partij, die het werk deed uitvoeren en welke kosten dus niet in aanmerking kunnen komen voor boeking ten laste van de in artikel 21 bedoelde afschrijvingsrekening.
**27..** Indien bij de uitvoering van een werk, als bedoeld in het eerste of derde lid, een op grond van het negentiende lid uitgevoerd werk, dat niet op grond van het acht en twintigste lid alsnog wordt geacht aanstonds op de voet van het eerste lid van dit artikel te zijn gemaakt, moet worden gewijzigd of te niet gedaan, zo geschiedt dit op de voet van het gestelde in het twintigste lid voor rekening van de partij, die het werk, dat wordt gewijzigd of te niet gedaan, heeft doen uitvoeren, blijvende echter in dat geval het in overleg met de wederpartij vaststellen van de kosten van uitvoering, als bedoeld in het een en twintigste lid, achterwege.
**28..** Na verloop van vijf jaar na het gereedkomen van een werk, als bedoeld in het negentiende lid, wordt, indien het werk dan nog aanwezig is, door partijen, aan de hand van door N.S. te verzamelen en te verstrekken gegevens betreffende de omvang van het gebruik, dat van het werk is gemaakt, nagegaan of op het tijdstip van de uitvoering van het werk uitvoering op de voet van het eerste lid van dit artikel gewettigd zou zijn geweest en, zo niet, of op het ogenblik, waarop de toestand wordt nagegaan, uitvoering van het werk op de bedoelde voet gewettigd zou zijn.
Komen partijen tot het besluit, dat een dier gevallen zich voordoet, dan wordt het werk alsnog geacht aanstonds op de voet van het eerste lid van dit artikel te zijn gemaakt en vindt dienovereenkomstig tussen partijen verrekening plaats, met bijberekening van renteverlies ten belope van vier procent (4 %) ’s jaars. Bij gebleken gebrek aan overeenstemming tussen partijen omtrent het te nemen besluit, is elk der partijen bevoegd de beslissing in te roepen van drie niet tot de ambtenaren van partijen behorende deskundigen, te benoemen op de wijze als in artikel 27 voor scheidslieden is bepaald. De deskundigen beslissen in hoogste ressort. De daaraan verbonden kosten komen ten laste van beide partijen, ieder voor de helft.
**29..** Indien een derde verzoekt te zijnen behoeve een werk tot wijziging, verbetering of uitbreiding van bestaande of tot aanleg van nieuwe sporen of spoorwegwerken uit te voeren en de Gemeente en N.S. tezamen het er over eens zijn of wel de in het derde lid bedoelde deskundigen beslissen, dat het werk niet valt onder het eerste lid, kan het werk niettemin op de voet van het eerste lid worden uitgevoerd, indien zowel de Gemeente als N.S. daartegen geen bezwaar hebben en mits tevoren door N.S., met instemming van de Gemeente, een regeling met de verzoeker is getroffen tot gehele of gedeeltelijke vergoeding van de uit het uitvoeren, onderhouden en vernieuwen van het werk voortvloeiende kosten, tien procent (10 %) voor directie en toezicht, alsmede eventueel op de uitvoering drukkende belastingen inbegrepen.
**30..** Wijzigingen, ontstaande in de lengte van de sporen, worden telkenmale zo spoedig mogelijk in een door of vanwege partijen te ondertekenen verklaring vastgelegd.
Artikel 8.