Naar hoofdinhoud
1.. Hij houdt behoorlijk toezicht op het carillon en geeft van eventuele gebreken daaraan onmiddellijk kennis aan burgemeester en wethouders. 2.. Hij is niet bevoegd op eigen gezag veranderingen aan het carillon aan te brengen, doch zal voorstellen tot veranderingen, die hem nuttig of nodig voorkomen, schriftelijk indienen bij burgemeester en wethouders.

Rechtspraak bij dit artikel