De in artikel 3 bedoelde nummers, c.q. de nummers en letters, moeten worden aangebracht:
wanneer de ingang van een gebouw of van een zelfstandig deel daarvan onmiddellijk aan de straat is gelegen: in het vlak van de voorgevel naast die ingang, zodanig, dat zij van de straat af duidelijk leesbaar zijn;
voor het geval de ingang van een gebouw of van een zelfstandig deel daarvan zich niet onmiddellijk aan de straat bevindt: naast die ingang en bovendien naast de aan de straat gelegen toegang, zodanig, dat zij van de straat af duidelijk leesbaar zijn; leidt deze toegang naar meer gebouwen of zelfstandige delen daarvan, dan worden, overeenkomstig aanwijzingen van burgemeester en wethouders, naast die toegang in beknopte vorm de nummers, c.q. de nummers en letters, die bij de ingangen van die gebouwen of zelfstandige delen daarvan zijn aangebracht, herhaald;
bij onbebouwde terreinen: naast de toegang op een muur, hek of andere terreinafscheiding, zodanig, dat zij van de straat af duidelijk leesbaar zijn.
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd vrijstelling te verlenen van het bepaalde sub b, voor zover het betreft het aanbrengen van een nummeraanduiding naast de aan de straat gelegen toegang.
Artikel 7
Artikel 7
Onderdeel van Verordening op de straatnamen en de nummering van gebouwen en onbebouwde terreinen