Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 18.

Overgangsbepalingen en hardheidsclausule

Onderdeel van Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren Goirle 2012

1.. De aanwezigheid van kabels en/of leidingen in of op openbare gronden, voor zover deze zijn gemeld of aangevraagd en aangelegd met toepassing van verleende vergunningen of andere rechtsgeldige overeenkomsten of andere schriftelijke afspraken met de gemeente, wordt met ingang van deze verordening eveneens beheerst door de regels van deze verordening. 2.. Instemmingsbesluiten op grond van de Telecommunicatieverordening en vergunningen en ontheffingen op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening met betrekking tot kabels en leidingen, blijven na de inwerkingtreding van deze verordening gelden, hetzij tot het einde van hun looptijd, hetzij tot het tijdstip waarop zij met toepassing van deze verordening worden ingetrokken. 3.. Op aanvragen, als bedoeld in het eerste lid, waarop bij de inwerkingtreding van deze verordening nog niet is beslist, wordt met toepassing van deze verordening een beslissing genomen. 4.. Het college heeft de bevoegdheid op grond van afweging van de te behartigen belangen en met in acht name van de redelijkheid en billijkheid in incidentele en te motiveren gevallen af te wijken van de bepalingen van deze verordening.

Rechtspraak bij dit artikel