1.De burgemeester kan, in het belang van de openbare orde of veiligheid, een verbod
opleggen aan degene die de openbare orde of veiligheid heeft verstoord om zich
gedurende een in dat verbod aangeduid tijdvak te bevinden op in dat verbod aangewezen
plaatsen. Dit verbod geldt gedurende de in de bekendmaking van het verbod
genoemde periode die ten hoogste 12 weken kan bedragen.
2.De burgemeester gaat niet over tot aanwijzing van gebieden waarvan een
verblijfsontzegging kan gelden, of tot omschrijving van overtredingen die tot
verblijfsontzegging kunnen leiden, dan na overleg met de Officier van Justitie,
bedoeld in artikel 14 van de Politiewet 1993.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 1
Artikel 2:1a
Verblijfsontzegging in gebied
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Hollands Kroon