**1..** De bewoning van een dienstwoning wordt geacht in te gaan op de dag, tegen welke zij aan de betrokken ambtenaar als dienstwoning is toegewezen, tenzij door burgemeester en wethouders anders wordt bepaald.
**2..** De plicht tot bewoning duurt voort zolang de toewijzing niet is ingetrokken.
**3..** De toewijzing wordt door burgemeester en wethouders, met inachtneming van het gestelde in het volgende lid, ingetrokken:
bij beëindiging van het dienstverband van betrokkene met de gemeente,
bij zijn overlijden,
bij wijziging van zijn betrekking,
indien de aanwijzing, als bedoeld in artikel 7, wordt ingetrokken.
**4..** Bij intrekking van de toewijzing in de gevallen als bedoeld in het vorige lid onder a, b en c, nemen burgemeester en wethouders een termijn voor ontruiming van tenminste twee maanden in acht.
**5..** Bij ontslag als bedoeld in artikel 79, lid 1, onder j, van het Ambtenarenreglement kunnen burgemeester en wethouders terstond ontruiming gelasten.