Voor rekening van de bewoner komen de kosten van:
het witten, sausen en binnenverfwerk;
het behangen;
het vervangen van gebroken ruiten;
kleine reparaties aan het hang- en sluitwerk van deuren, ramen, luiken en blinden;
het treffen van voorzieningen aan of tengevolge van bevroren waterleidingen;
het schoonhouden of ontstoppen van putten, regenbakken, goten, gootstenen en toiletten;
geringe en dagelijke reparaties, als het herstellen van kranen, leidingen, zonweringen en voorts alle herstellingen welke ingevolge titel 7 van boek III van het Burgerlijk Wetboek voor rekening van de huurder komen;
het aanschaffen van raamhorren, alsmede het eventueel jaarlijks aanbrengen en verwijderen van zonweringen en jaloezieën;
het jaarlijks vegen der schoorstenen;
het onderhoud van de bij de woning behorende tuin, tenzij deze tuin tevens tot een dienstgebouw behoort;
het buiten de schouw houden van sloten;
alle herstellingen, voor zover hier nog niet genoemd, welke noodzakelijk zijn geworden door nalatigheid, slordigheid, onreinheid van de bewoner of ruwe bewoning.