Naar hoofdinhoud

Artikel 15.

PERSONEEL

Onderdeel van Statuten R.I.A.G.G.-Zuid

1.. Behoudens goedkeuring door Burgemeester en Wethouders stelt het algemeen bestuur de formatie en de taakomschrijving steunende functieindeling van het personeel vast, alsmede de aan het personeel te stellen bekwaamheids- en geschiktheidseisen, een en ander overeenkomstig de bij de gemeente Rotterdam geldende maatstaven, onverminderd het bepaalde bij de erkenningsvoorwaarden van de R.I.A.G.G. 2.. Het personeel, waaronder begrepen de directie, is in dienst van de stichting. 3.. Benoeming, schorsing, ontslag en honorering van niet tot de directie behorende personeelsleden geschieden door het algemeen bestuur zelf, of, overeenkomstig een daartoe in artikel 14 lid 3 bedoelde instructie op te nemen delegatiebepalingen, door de directie, waarbij in beide gevallen de goedkeuring van Burgemeester en Wethouders vereist is. 4.. Met betrekking tot de bezoldiging, de verdere arbeidsvoorwaarden en de overige rechtspositieregelingen van het personeel in dienst van de stichting, zijn de ter zake geldende of nog vast te stellen regelen voor het personeel in dienst van de gemeente Rotterdam van overeenkomstige toepassing. Binnen het kader van deze regelen stelt het algemeen bestuur, behoudens goedkeuring van Burgemeester en Wethouders, de salarissen van het personeel vast, met inachtneming van de maatstaven die gelden voor het personeel in dienst van de gemeente Rotterdam. 5.. Waar in de rechtstoestandregelen, bedoeld in het vorige lid, sprake is van aan Burgemeester en Wethouders gedelegeerde bevoegdheden, worden deze uitgeoefend door het algemeen bestuur, onverminderd de in de voorgaande leden vereiste goedkeuring van Burgemeester en Wethouders. 6.. Het algemeen bestuur is gehouden een regeling ex artikel 8 te treffen op grond waarvan de medewerkers van de stichting betrokken worden bij de beleidsvoorbereiding rond de uitvoering van de werkzaamheden van de stichting.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel