Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Bestuur: samenstelling, benoeming, defungeren

Onderdeel van Wijziging Statuten Stichting Theaterproduktie Rotterdam

1.. Het bestuur van de stichting bestaat uit een door het bestuur vast te stellen aantal van minimaal vijf en maximaal negen personen. De leden van het bestuur worden door het bestuur benoemd; hiervan wordt er één voorgedragen door de ondernemingsraad. Het bestuurslidmaatschap is onverenigbaar met het werknemer zijn van de stichting. 2.. Indien het aantal bestuursleden daalt beneden het vastgestelde minimumaantal, vormen de overige bestuursleden desalniettemin een bevoegd college, dat overigens verplicht is zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen zes maanden in de vacature(s) te voorzien. Benoeming van bestuursleden behoeft de goedkeuring van het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam (hierna te noemen ‘het college van B. en W.’) en van de minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur (hierna te noemen ‘de minister van WVC’). 3.. Het bestuur wijst uit zijn midden een voorzitter, een secretaris en een penningmeester aan, dan wel, in de plaats van beide laatstgenoemden, een secretaris-penningmeester. 4.. Bestuursleden worden benoemd voor de tijd van maximaal vier jaar. Niet benoembaar is hij/zij, die de zeventig-jarige leeftijd heeft bereikt. 5.. Bestuursleden treden af volgens een door het bestuur vast te stellen rooster van aftreden. Een volgens het rooster aftredend bestuurslid is terstond herbenoembaar. 6.. Een bestuurslid defungeert: door zijn overlijden; door zijn aftreden al dan niet volgens het in lid 5 bedoelde rooster; door zijn onder curatelestelling; door zijn ontslag, verleend door de rechtbank in de gevallen in de wet voorzien; door zijn ontslag verleend door het bestuur om gewichtige redenen. 7.. De minister van WVC en het college van B. en W. hebben het recht ieder een waarnemer aan te wijzen die het recht heeft de vergaderingen bij te wonen en aldaar een adviserende stem heeft.

Rechtspraak bij dit artikel