Naar hoofdinhoud
In deze verordening wordt verstaan onder: commissie: een commissie als bedoeld in hoofdstuk V van de Gemeentewet; rechtspositiebesluit wethouders: het Koninklijk Besluit van 22 maart 1994, Stb. 243; rechtspositiebesluit raads- en commissieleden: het Koninklijk Besluit van 22 maart 1994, Stb 244; regeling rechtspositie wethouders: de ministeriele regeling van 20 februari 2004, Stcr. 41 als bedoeld in artikel 23 van het rechtspositiebesluit wethouders; verplaatsingskostenregeling 1989: het besluit van de Minister van Binnenlandse zaken van 20 oktober 1989, nr. AB87/74/U6UDGMP/AV/FAR, Stcrt. 212; reisregeling binnenland: het besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken van 16 maart 1993, nr. AB03/U280, Stcrt. 56; reisregeling Buitenland: het Besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken van 12 september 1994, nr. AD94/U1011, Stcrt. 181; raadslid: lid van de gemeenteraad, niet zijnde wethouder; griffier: de griffier, bedoeld in artikel 107 van de Gemeentewet; gemeentesecretaris: de secretaris, bedoeld in artikel 102 van de Gemeentewet. Hoofdstuk II Voorzieningen voor raadsleden

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel