**1..** Dit artikel is alleen van toepassing op de ambtenaar die ten gevolge van
een ABK-reorganisatie is ontslagen en onmiddellijk aansluitend aan dat
ontslag in dienst is getreden van een andere organisatie dan de gemeente
Rotterdam.
**2..** Als binnen twee jaar na het ontslag in verband met de ABK-reorganisatie
blijkt, dat de betrekking die de ambtenaar bij de andere organisatie
vervult, niet passend is en hij in verband daarmee al dan niet op eigen
verzoek is ontslagen, heeft de ambtenaar recht op wachtgeld ingevolge de
Wachtgeldverordening 1980 uit hoofde van zijn ontslag bij die andere
organisatie met ingang van de dag van dat ontslag.
**3..** Als de ambtenaar binnen drie jaar na het ontslag in verband met de
ABK-reorganisatie bij de andere organisatie is ontslagen ten gevolge van
opheffing van zijn betrekking bij die organisatie of ten gevolge van
overtolligheid van personeel door verandering of inkrimping van die
organisatie, heeft hij recht op wachtgeld ingevolge de
Wachtgeld-verordening 1980 uit hoofde van zijn ontslag bij die andere
organisatie met ingang van de dag van dat ontslag.
**4..** De ambtenaar die bij de andere organisatie is ontslagen en op wie het
tweede en derde lid niet van toepassing zijn, heeft uit hoofde van zijn
ontslag bij die andere organisatie recht op wachtgeld ingevolge de
Wachtgeldverordening 1980, met dien verstande dat dit recht ingaat op de
dag van het ontslag in verband met de ABK-reorganisatie.
**5..** Het recht op het in het vierde lid bedoelde wachtgeld vervalt wanneer
het ontslag bij de andere organisatie niet binnen een termijn van 7 jaar
na het ontslag in verband met de ABK-reorganisatie heeft plaatsgehad en
de aanvraag om toekenning van het wachtgeld niet binnen een maand na
afloop van die termijn bij burgemeester en wethouders is ingekomen.
**6..** Het bepaalde in artikel 5, tweede lid, van de Wachtgeldverordening 1980
blijft van toepassing in de in dit artikel bedoelde situaties.
Artikel 10
Aanvulling op de Wachtgeldverordening 1980
Onderdeel van Verordening betreffende een Sociaal kader voor de operatie 'Afweging in Breder Kader'