Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3

Artikel 6.

Inwerkingtreding

Onderdeel van Verordening langdurigheidstoeslag 2012 gemeente Laarbeek

Deze verordening treedt in werking met ingang van 9 maart 2012 en werkt terug tot en met 1 januari 2012. Met ingang van 1 januari 2012 wordt de Verordening langdurigheidstoeslag gemeente Laarbeek 2009 ingetrokken. Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Laarbeek van 1 maart 2012. De raad voornoemd, de griffier, de voorzitter, M.H.C.M. van der Aa. J.G.M.T. Ubachs. Algemene toelichting Verordening langdurigheidstoeslag 2012 gemeente Laarbeek Aan de bijstand ligt het uitgangspunt ten grondslag dat het normbedrag, bedoeld ter voorziening in de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan met inbegrip van een component reservering, in beginsel toereikend is. Toch kan de financiële positie van mensen die langdurig op een minimum inkomen zijn aangewezen onder druk komen te staan als er na verloop van tijd geen enkel perspectief lijkt te zijn om door inkomen uit arbeid het inkomen te verhogen. Om die reden is bij de invoering van de WWB in 2004 de langdurigheidstoeslag in het leven geroepen. Sinds 1 januari 2009 is de langdurigheidstoeslag gedecentraliseerd. Ook is de langdurigheidstoeslag sinds die datum een bijzondere vorm van (categoriale) bijzondere bijstand. De langdurigheidstoeslag is niet gerelateerd aan bepaalde kosten. Het is een inkomensondersteunende maatregel voor bepaalde belanghebbenden die langdurig een laag inkomen hebben en daarbij geen vooruitzicht hebben op inkomensverbetering (artikel 36 lid 1 WWB). De gemeenteraad moet bij verordening regels vaststellen over het verlenen van een langdurigheidstoeslag zoals bedoeld in artikel 36 WWB. Deze regels moeten in ieder geval betrekking hebben op de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de begrippen ‘langdurig’ en ‘laag inkomen’. Daarbij geldt dat in ieder geval geen sprake is van een laag inkomen bij een inkomen hoger dan 110% van de toepasselijke bijstandsnorm. De gemeenteraad dient in de verordening eveneens de hoogte van de langdurigheidstoeslag te bepalen. Het college kan in (wetsinterpreterende) beleidsregels aangeven wanneer sprake is van 'geen uitzicht op inkomensverbetering'. Gelet op de tekst van artikel 8 lid 2 onderdeel b WWB hoeft dit criterium niet te worden vastgelegd in de verordening. Artikelgewijze toelichting Verordening langdurigheidstoeslag 2012 gemeente Laarbeek

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel