Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK VIII

Artikel 21.

Benoemingsprocedure

Onderdeel van Statuten van de structuurvennootschap N.V. Gemeente-Energiebedrijf Rotterdam

1.. De algemene vergadering, de ondernemingsraad en de hoofddirecteur alsmede de raad van commissarissen ingeval van benoeming door een bevoegde rechtspersoon kunnen personen voor benoeming tot commissaris aanbevelen. De bevoegde rechtspersoon dan wel de raad van commissarissen deelt hun daartoe tijdig mede, wanneer en ten gevolge waarvan een plaats moet worden vervuld. 2.. De bevoegde rechtspersoon onderscheidenlijk de raad van commissarissen geeft aan de algemene vergadering en de ondernemingsraad kennis van de naam van degene die hij wenst te benoemen. 3.. Bij een aanbeveling als bedoeld in lid 1 en bij een kennisgeving als bedoeld in lid 2 worden van de kandidaat medegedeeld zijn leeftijd, zijn beroep, het bedrag aan door hem gehouden aandelen in het kapitaal van de vennootschap en de betrekkingen die hij bekleedt of die hij heeft bekleed voor zover die van belang zijn in verband met de vervulling van de taak van een commissaris. Tevens wordt vermeld aan welke rechtspersonen hij reeds als commissaris is verbonden; indien zich daaronder vennootschappen bevinden die tot een zelfde groep behoren, kan met de aanduiding van die groep worden volstaan. De aanbeveling en de kennisgeving worden met redenen omkleed. 4.. De bevoegde rechtspersoon onderscheidenlijk de raad van commissarissen benoemt de door haar/hem voorgedragen persoon, tenzij de algemene vergadering of de ondernemingsraad tegen de voorgenomen benoeming bezwaar maakt op grond dat de voorschriften van lid 1 tweede volzin en lid 2 juncto lid 3 niet behoorlijk zijn nageleefd, dan wel op grond van de verwachting dat de voorgedragen persoon ongeschikt zal zijn voor de vervulling van de taak van commissaris of dat de raad van commissarissen bij benoeming overeenkomstig het voornemen niet naar behoren zal zijn samengesteld. 5.. Het besluit van de algemene vergadering tot het kenbaar maken van een bezwaar moet worden genomen in de eerste algemene vergadering van aandeelhouders na het verstrijken van een termijn van veertien dagen na de kennisgeving. De ondernemingsraad moet het besluit tot het kenbaar maken van bezwaar nemen binnen twee maanden na de kennisgeving. 6.. Het bezwaar wordt aan de bevoegde rechtspersoon onderscheidenlijk de raad van commissarissen onder opgave van redenen medegedeeld. 7.. Niettegenstaande het bezwaar van de algemene vergadering of de ondernemingsraad kan de benoeming overeenkomstig het voornemen geschieden, indien de ondernemingskamer van het gerechtshof te Amsterdam op verzoek van de/een daartoe aangewezen vertegenwoordiger van de raad van commissarissen het bezwaar ongegrond verklaart. 8.. Een verweerschrift kan worden ingediend door een daartoe aangewezen vertegenwoordiger van de algemene vergadering of van de ondernemingsraad die het in lid 4 bedoelde bezwaar heeft gemaakt. 9.. De ondernemingsraad neemt geen besluit als bedoeld in dit artikel dan nadat over de betrokken aangelegenheid ten minste éénmaal overleg is gepleegd tussen de vennootschap en de ondernemingsraad. 10.. Waar in de statuten sprake is van ondernemingsraad wordt daaronder verstaan de ondernemingsraad van de onderneming van de vennootschap, dan wel, indien deze ontbreekt, de ondernemingsraad van de onderneming van een afhankelijke maatschappij. Indien er meer dan één ondernemingsraad is, zijn deze raden gelijkelijk bevoegd. Is voor de betrokken onderneming of ondernemingen een centrale ondernemingsraad ingesteld, dan komen de bevoegdheden van de ondernemingsraad volgens de statuten toe aan de centrale ondernemingsraad.

Rechtspraak bij dit artikel