Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2. › AFDELING 12

Artikel 2:45

Begripsbepalingen

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening 2012

In deze paragraaf wordt verstaan onder: inrichting: een voor het publiek toegankelijke ruimte waarin bedrijfsmatig, in een omvang alsof zij bedrijfsmatig is of anders dan om niet, handelingen en werkzaamheden worden verricht die verband houden met dan wel inherent zijn aan het exploiteren van het geen in het maatschappelijk verkeer wordt aangeduid als een smartshop, growshop, belshop of internetcafé. growshop: een inrichting waarin substanties, voorwerpen of gegevens, die gebruikt kunnen worden voor de teelt van hennep, worden bereidt, bewerkt, verwerkt, en te koop aangeboden, verkocht, afgeleverd, verstrekt, vervaardigd of voorhanden zijn, waarvan de exploitant of de beheerder ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van een of meer in de Opiumwet strafbaar gestelde feiten, het gaat hier zowel om groothandels- als om detailhandelszaken. exploitant: de natuurlijke persoon of de bestuurders van een rechtspersoon of hun gevolmachtigden, voor wiens rekening en risico de inrichting wordt geëxploiteerd. leidinggevende: de exploitant alsmede andere natuurlijke personen, die algemene of onmiddellijke leiding geeft aan de exploitatie van de inrichting.

Rechtspraak bij dit artikel