Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Bedrijfsplancyclus

Onderdeel van Regelgeving budgetsubsidies kunstsector

1.. De instelling dient eens in de vier jaar een bedrijfsplan ter goedkeuring aan het bestuursorgaan voor te leggen. Het bedrijfsplan bevat een beschrijving in hoofdlijnen van het te voeren beleid voor een periode van vier jaar. In het bedrijfsplan wordt door middel van een meerjaren- begroting aangegeven welke activiteiten verwezenlijkt zullen worden tegen welke kosten en baten. 2.. Per instelling wordt door middel van het bedrijfsplan een minimum niveau met betrekking tot de in de komende vier jaar te realiseren activiteiten en kosten per activiteit afgesproken. Deze afspraken worden vastgelegd in het informatieraster. Het informatieraster wordt, na vaststelling door het bestuursorgaan, jaarlijks opgenomen in het jaarplan en jaarverslag. 3.. Aan de hand van de bedrijfsplancyclus dient er periodiek, eens in de vier jaar en bij voorkeur na afloop van het derde jaar van de bedrijfsplanperiode, een algehele evaluatie van de gerealiseerde output over de voorafgaande periode plaats te vinden. Hierbij wordt de output over de voorafgaande vierjarige periode gerelateerd aan het verleende subsidie onder toepassing van artikel 21 van de Verordening algemene subsidievoorwaarden 1994. 4.. Bij de in artikel 3 genoemde evaluatie moet de kwantiteit in de kwaliteit van de activiteiten in ogenschouw worden genomen. Dit geldt eveneens voor de wijze waarop de activiteiten tot stand zijn gekomen (bedrijfsvoering).

Rechtspraak bij dit artikel