**1..** Burgemeester en wethouders verlenen geen subsidie indien:
met het treffen van de voorzieningen het belang van de volkshuisvesting niet of niet in voldoende mate wordt gediend;
de voorzieningen niet sober en doelmatig worden uitgevoerd;
de geraamde kosten van de voorzieningen niet geacht kunnen worden te staan in een redelijke verhouding tot het te bereiken resultaat;
met het treffen van de voorzieningen is begonnen voordat de aanvrager een besluit tot het verlenen van subsidie heeft ontvangen;
de geraamde kosten van voorzieningen minder bedragen dan 4.500 euro per woning;
de woning waaraan de voorzieningen worden getroffen binnen 15 jaar voor het tijdstip van de indiening van de aanvraag met subsidie ingevolge deze verordening is verbeterd;
de verdeling van de kosten van de voorzieningen, conform de in de betreffende akte van splitsing opgenomen kostenverdeelsleutel, zou leiden tot een onredelijk resultaat en hiervan niet wordt, of kan worden afgeweken;
bij het niet-voldaan zijn aan de onder artikel 2.2.9 tot en met 2.2.14 gesteldeverplichtingen;
de voorzieningen niet op het gehele pand betrekking hebben.
**2..** Bij de beoordeling van de redelijkheid van de verdeling van de kosten van de voorzieningen als bedoeld in het eerste lid, onder g, wordt rekening gehouden met de functie en de gebruiksoppervlakte van die gedeelten van het gebouw, die bestemd zijn of worden om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt en waarvan volgens de akte van splitsing het uitsluitend gebruik in een appartementsrecht is begrepen, alsmede met alle overige factoren die naar het oordeel van burgemeester en wethouders voor deze beoordeling relevant zijn.
**3..** Plannen met betrekking tot woningen waaraan voor de laatste maal voorzieningen zijn getroffen op voet van een andere regeling, kunnen voor verstrekking van subsidie in de kosten van het treffen van voorzieningen in aanmerking worden gebracht op of na 1 januari 2015, tenzij de op het voor het laatste maal treffen van de voorzieningen aan de desbetreffende woning van toepassing zijnde regeling een eerder tijdstip mogelijk maakt, in welk geval dat eerdere tijdstip van toepassing blijft.
**4..** Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid, onder d, e, f, en g.
HOOFDSTUK 2 › § 2.1
Artikel 2.1.7
Artikel 2.1.7
Onderdeel van Subsidieverordening particuliere woningverbetering 2000