Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › § 2.2

Artikel 2.2.10

Artikel 2.2.10

Onderdeel van Subsidieverordening particuliere woningverbetering 2000

1.. In aanvulling op het gestelde in artikel 2.1.6 worden aanvragen om het verlenen van subsidie krachtens deze paragraaf afgehandeld naar volgorde van indiening. 2.. Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid wordt voor wat betreft de volgorde van indiening geacht te zijn ingediend op het moment dat de aanvrager heeft voldaan aan het gestelde in artikel 2.2.8, eerste tot en met derde lid. 3.. Indien de door de gemeenteraad vastgestelde budgetten als bedoeld in artikel 2.1.4, niet toereikend zijn om alle aanvragen te honoreren zijn burgemeester en wethouders bevoegd een indieningsstop met betrekking tot aanvragen om verlening van subsidie af te kondigen. 4.. In afwijking van het in het eerste lid gestelde, zijn burgemeester en wethouders bevoegd de beslissing omtrent aanvragen tot het verlenen van subsidie in de tijd naar voren of naar achteren te schuiven, indien dit, ten behoeve van de wijkaanpak redelijkerwijs noodzakelijk is, dan wel een afwijking als hier bedoeld noodzakelijk is, om tot een volledige uitputting van de in artikel 2.1.4 bedoelde budgetten te kunnen komen. 5.. Een indieningsstop wordt bekend gemaakt in een of meer dag- of weekbladen en geldt voor een door burgemeester en wethouders te bepalen termijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel