Het is verboden anders dan om niet sterke drank als bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet voor gebruik ter plaatse te verstrekken in een inrichting:
waarin, of in een onderdeel waarvan uitsluitend of in hoofdzaak geringe eetwaren worden verkocht;
waarin onderwijs wordt gegeven;
die geheel of voor een deel uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij jeugdorganisaties of –instellingen;
die geheel of voor een deel uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij sportorganisaties of –instellingen;
die gelegen is op of nabij een kampeer- of caravanterrein;
die geheel of voor een deel in gebruik is als wachtruimte voor passagiers van een openbaar middel van vervoer;
die in gebruik is als foyer van een bioscoop of van een schouwburg.
Indien geen ontheffing is verleend als bedoeld in artikel 2, kan de Drank- en Horecawetvergunning voor inrichtingen als omschreven in artikel 1 lid A sub a tot en met g alleen dienen tot het verstrekken van zwak-alcoholhoudende drank als bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet.