1. De verhuisplichtige medewerker heeft gedurende 12 aaneengesloten maanden de tijd om aan de verhuisplicht te voldoen. De verhuisplicht wordt vastgelegd in het aanstellingsbesluit.
2. De termijn van 12 maanden als bedoeld in lid 1 van dit artikel kan met dezelfde termijn worden verlengd indien de medewerker er niet in slaagt geschikte woonruimte binnen het aangewezen woongebied te vinden.
3. De medewerker die, ter overbrugging van deze periode, noodzakelijkerwijs heen en weer moet reizen tussen zijn woonadres en het werkadres komt voor vergoeding op basis van het bepaalde in artikel 15:1:17 van de CAR-UWO in aanmerking.
4. De reiskostenvergoeding woon-werkverkeer wordt stopgezet na een periode van 4 weken aaneengesloten afwezigheid (anders dan wegens vakantieverlof). Bij een werkhervatting wordt de vergoeding hersteld.
5. Bij verhuizing is het bepaalde in hoofdstuk 18 van de CAR-UWO overeenkomstig van toepassing.
6. Na de verhuizing geldt voor de medewerker een reiskostenvergoeding op basis van artikel 2.
Artikel 3
Vergoeding verhuisplichtige
Onderdeel van Regeling reiskostenvergoeding woon-werkverkeer gemeente Vlaardingen