1. De medewerker heeft voor het maken van een dienstreis voorafgaande toestemming nodig van zijn leidinggevende.
2. De dienstreizen dienen in principe met openbare vervoermiddelen te worden gemaakt, tenzij anders is bepaald door de leidinggevende.
3. Indien de dienstreis naar het oordeel van de leidinggevende niet of niet op doelmatige wijze per openbaar vervoer kan worden gemaakt, kan de leidinggevende aan de medewerker toestemming verlenen voor de dienstreis gebruik te maken van een eigen motorvoertuig.
Artikel 2
Algemene bepalingen
Onderdeel van Regeling dienstreizen en verblijfskosten gemeente Vlaardingen