Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Afzonderlijke inzameling

Onderdeel van Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening Vlaardingen 2012

1. 1. groente-, fruit- en tuinafval: dat deel van de huishoudelijke afvalstoffen dat van organische oorsprong is, beperkt is van omvang en apart wordt ingezameld; 2. 2. klein chemisch afval: huishoudelijke afvalstoffen zoals vermeld op de KCA-lijst van het ministerie van VROM; 3. 3. glas: op kleur gescheiden eenmalige glasverpakkingen zoals flessen, potten en andere glazen verpakkingen, met uitzondering van vlakglas, (glas)keramiek, gloei- en spaarlampen, TL-lampen, nagellakflesjes, stenen kruiken, porselein, kristal, spiegels, doppen van flessen, kunststofflessen en kurken; 4. 4. oud papier en karton: huishoudelijk oud papier en karton dat droog en schoon en niet vervuild is met andere afvalfracties, met uitzondering van drankenkartons voor zuivel en frisdranken, ordners en ringbanden met metaal en/of plastic onderdelen, geplastificeerd papier, sanitair papier, behang, vinyl en doorslagpapier; 5. 5. kunststof verpakkingen: verpakkingen van kunststof zoals bedoeld in het kader van de Raamovereenkomst verpakkingen; 6. 6. textiel: kleding, lakens, dekens, handdoeken en dergelijke, schoeisels, grote lappen stof en gordijnen die schoon zijn, niet vervuild met andere afvalfracties en niet eerder gebruikt als bijvoorbeeld poets- of verflappen; 7. 7. elektrische en elektronische apparatuur: de producten zoals genoemd in de Regeling beheer elektrische en elektronische apparatuur; 8. 8. bouw- en sloopafval: harde steenachtige materialen, zoals puin, gasbeton, dakpannen, serviesgoed, sloophout en isolatiematerialen; 10. 10. verduurzaamd hout: hout dat is geïmpregneerd, genoemd C-hout te herkennen aan groene of bruine kleur, zoals bielzen of tuinhout, en  ongesorteerd hout dat is voorzien van een lak- of verflaag, genoemd B-hout; 11. 11. grof tuinafval: plantaardige of organische afvalstoffen door aard, samenstelling of omvang niet vallend onder gft-afval en vrijkomend bij de aanleg, het onderhoud of verwijdering van particulier groen, zoals grof loofafval, snoeihout et cetera, met uitzondering van bielzen, tuinhekken en tuinschuttingen; 12. 12. asbest en asbesthoudend materiaal: afval waarin zich asbest bevindt; 13. 13. grof huishoudelijk afval: volumineus of zwaar huishoudelijk afval dat door afmeting of gewicht niet in een inzamelmiddel of via een inzamelvoorziening ter inzameling kan worden aangeboden. Hieronder vallen onder meer: a. metalen: producten met als belangrijkste bestanddeel ferro en/of non-ferro; b. autobanden: schone banden van motoren, personenauto’s, vrachtvoertuigen, tractoren en shovels, zonder velgen; c. zand/grond: grond die niet zichtbaar is vermengd met resten puin, kook, glas, hout, of andere grove bestanddelen; d.  tapijt: vloerbedekking van textiel, vrij van rubber of bitumen; e. dakleer: dakbedekkingsmaterialen, ook wel genoemd dakleer, bestaand uit beplatingsmateriaal van hout of kunststof, voorzien van een laag koolteer of bitumen. Ook dakgrind, waaraan zich teer- of bitumen bevindt, valt onder deze categorie. f. kringloopgoederen: bruikbare meubelen en gebruiksartikelen waaronder huishoudelijke artikelen, elektrische apparaten (geen koelkasten), platen, boeken, kleding en dergelijke. g. onbehandeld hout: hout, genoemd A-hout, dat geen oppervlaktebehandeling heeft ondergaan, zoals blank pallethout. 14. 14. huishoudelijk restafval: afval afkomstig uit particuliere huishoudens, dat overblijft na scheiding in andere deelstromen als genoemd in artikel 3 van de verordening. 15. 15. frituurvet en –olie: gebruikte dan wel ongebruikte dierlijke of plantaardige olie bestemd voor de voedselbereiding.

Rechtspraak bij dit artikel