Naar hoofdinhoud

§ 1

Artikel 1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Drank- en Horecaverordening 2010

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: De wet: de Drank- en horecawet; Alcoholhoudende drank: de drank die bij een temperatuur van twintig graden Celsius voor meer dan een half volumeprocent uit alcohol bestaat (artikel 1, lid 1 van de wet); Sterke drank: de drank, die bij een temperatuur van twintig graden Celsius voor vijftien of meer volumeprocenten uit alcohol bestaat, met uitzondering van wijn (artikel 1, lid 1 van de wet); Zwak-alcoholhoudende drank: alcoholhoudende drank, met uitzondering van sterke drank (artikel 1, lid 1 van de wet); Alcoholvrije drank: drank die geen alcohol bevat alsmede drank die bij een temperatuur van twintig graden Celcius voor hoogstens een half volumeprocent uit alcohol bestaat of hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, lid 1 van de wet. Café/eetcafé/bar: Een inrichting waarbij de horeca-activiteit het hoofddeel van de exploitatie a.uitmaakt en bestaat uit het verstrekken van alcoholhoudende en/of alcoholvrije dranken ter plaatse, al of niet gepaard gaand met het verstrekken kleine eetwaren en/of maaltijden voor gebruik ter plaats en/of elders dan ter plaatse. Vermaakcentrum: Een grootschalige inrichting waar men zich bedrijfsmatig richt op het geven a.van ontspanning en vermaak, waaronder voorstellingen en gelegenheid tot dansen, al dan niet met live-muziek, alsmede het bedrijfsmatig verstrekken van alcoholhoudende – en/of alcoholvrije dranken voor gebruik ter plaatse al of niet gepaard gaand met het verstrekken van kleine eetwaren en/of maaltijden voor gebruik ter plaatse (hieronder valt in ieder geval een discotheek). Horecabedrijf: Een bedrijf waar, waar bedrijfsmatig dranken en etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of waarin bedrijfsmatig logies wordt verstrekt, een en ander als dan niet in combinatie met een vermaakfunctie met uitzondering van een erotische vermaakfunctie Lokaliteit: een besloten ruimte, onderdeel uitmakend van een inrichting (artikel 1, lid 1 van de wet); Horecalokaliteit: een van een afsluitbare toegang voorziene lokaliteit, onderdeel uitmakend van een inrichting waarin het horecabedrijf wordt uitgeoefend, in ieder geval bestemd voor het verstrekken van alcoholhoudende drank voor gebruik te plaatse (artikel 1, lid 1 van de wet); Inrichting: de lokaliteiten waarin het slijtersbedrijf of het horecabedrijf wordt uitgeoefend, met de daarbij behorende terrassen voor zover die terrassen in ieder geval bestemd zijn voor het verstrekken van alcoholhoudende drank voor gebruik ter plaatse, welke lokaliteiten al dan niet onderdeel uitmaken van een andere besloten ruimte (artikel 1, lid 1 van de wet); Snackbar/cafetaria: een inrichting die tot hoofddoel heeft het verstrekken van al dan niet voor consumptie ter plaatse bereide etenswaren, met als nevenactiviteit het verstrekken van dranken; Vergunning: de vergunning als bedoeld in artikel 3 van de wet; Evenement: hetgeen daaronder wordt verstaan in de Algemene Plaatselijke Verordening.

Rechtspraak bij dit artikel