Voor de toepassing van artikel 9 onder d. worden als buitengewone uitgaven tenminste aangemerkt:
a. ten laste van de aanvrager blijvende woonkosten, voor zover deze in verhouding tot het inkomen van de ingevolge deze verordening in aanmerking te nemen draagkracht, een te zware last vormen;
b. ten laste van de aanvrager blijvende noodzakelijke extra uitgaven in verband met de uitoefe-ning van het beroep of bedrijf;
c. de betalingen voor levensonderhoud ten behoeve van de niet in gezinsverband van de aanvra-ger levende echtgenoot en/of kinderen tot 21 jaar, alsmede ten behoeve van de gewezen echt-genoot;
d. ten laste van de aanvrager blijvende kosten in verband met studie of opleiding van zijn kind(eren).
Hoofdstuk 2
Artikel 10
buitengewone algemene uitgaven
Onderdeel van Verordening minimabeleid Wet Werk en Bijstand