Een ambtenaar verleent op verzoek van de griffier of de gemeentesecretaris dan wel de direct verantwoordelijk leidinggevende ambtelijke bijstand zoals bedoeld onder artikel 1 lid 5, tenzij:
de werkzaamheden naar de opvatting van de betrokken ambtenaar mogelijk het belang van de gemeente zouden kunnen schaden;
de gevraagde bijstand een dusdanig groot beslag legt op de ambtelijke capaciteit dat de uitvoering van de aan de dienst of een onderdeel daarvan opgedragen werkzaamheden in het gedrang kunnen komen.
Indien de ambtenaar op grond van artikel 1 lid 5 rechtstreeks verzocht wordt om ambtelijke bijstand, en één van de situaties van lid 1 onder a. en b. doen zich voor, dan stelt de ambtenaar per omgaande de gemeentesecretaris, respectievelijk de direct verantwoordelijk leidinggevende, hiervan op de hoogte.
De secretaris beoordeelt of ambtelijke bijstand op grond van het eerste lid aan het raadslid onthouden wordt.
Indien de bijstand op grond van het eerste lid wordt onthouden, dan deelt de gemeentesecretaris dit met redenen omkleed mee aan de griffier en aan het raadslid dat het verzoek heeft ingediend.
Paragraaf 1:
Artikel 2
Onthouding bijstand
Onderdeel van Verordening op de ambtelijke bijstand en fractieondersteuning 2009