Naar hoofdinhoud
1.. Omtrent de aanwezigheid van voor het milieu of de volksgezondheid gevaarlijke of niet aanvaardbare stoffen in de verkochte grond, is of wordt in opdracht van en op kosten van de gemeente een standaard-indicatief bodemonderzoek verricht. Het van dit onderzoek op te maken rapport zal uitdrukkelijk vermelden, of uit het onderzoek al dan niet is gebleken, dat er stoffen als hiervoor bedoeld in de verkochte grond aanwezig zijn die de verkochte grond ongeschikt maken voor het daarop oprichten of plaatsen van opstallen met de bestemming die door partijen is beoogd. De uitslag van dit onderzoek zal schriftelijk ter kennis van de koper worden gebracht. Op verlangen van de koper zal aan deze door de gemeente inzage worden gegeven van het van het onderzoek opgemaakte rapport. Indien uit het van bedoeld onderzoek opgemaakte rapport blijkt, dat in de verkochte grond geen stoffen aanwezig zijn, die de verkochte grond ongeschikt zouden maken voor het daarop oprichten of plaatsen van opstallen met de bestemming die door partijen is beoogd, dan zal, zolang de uitslag daarvan door de gemeente niet schriftelijk ter kennis van de koper is gebracht, het verlijden van de akte van eigendomsoverdracht worden opgeschort, evenals de verschuldigdheid van de koopsom, rente en de eventueel verschuldigde omzetbelasting, terwijl er voorts stuiting plaatsvindt van op grond van de koopovereenkomst lopende termijnen met inbegrip van rentetermijnen. 2.. Mocht uit het in lid 1 bedoelde rapport of uit het rapport van een nader voor de eigendomsoverdracht door of in opdracht van de koper verricht onderzoek blijken, dat de grond niet vrij is van de hiervoor bedoelde stoffen en niet geschikt is voor het gebruik als door partijen beoogd, dan zal zowel de koper als de gemeente de koopovereenkomst kunnen ontbinden zonder dat een der partijen tot enige andere schadevergoeding verplicht zal zijn, dan tot vergoeding door de gemeente van alle kosten die koper vóór de ontbinding met betrekking tot het verkochte (redelijkerwijs) heeft gemaakt voor bijvoorbeeld deskundigenadvies of sonderingen en dergelijke. 3.. Een rapport als bedoeld in lid 2 dient binnen redelijke termijn na de datum waarop het rapport is uitgebracht aan de andere partij ter hand te worden gesteld. 4.. Het beroep op ontbinding als bedoeld in lid 2 van dit artikel moet worden gedaan bij een schriftelijke verklaring gericht aan de wederpartij binnen één jaar, nadat het betreffende rapport aan de wederpartij is ter hand gesteld.

Rechtspraak bij dit artikel