1.De langdurigheidstoeslag bedraagt per jaar:
voor gehuwden € 498,,--
voor een alleenstaande ouder: € 447,,-- en
voor een alleenstaande € 349,,--
(De genoemde bedragen gelden per 1 januari 2009 en worden jaarlijks geïndexeerd)
Voor de toepassing van het eerste lid is de situatie op de peildatum bepalend.
Indien één van de gehuwden op de peildatum is uitgesloten van het recht op een langdurigheidstoeslag ingevolge artikel 11 of artikel 13 lid 1 van de wet komt de rechthebbende echtgenoot in aanmerking voor een langdurigheidstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden.
De in het eerste lid genoemde bedragen worden elk jaar per 1 januari aangepast met een percentage dat overeenkomt met het procentuele verschil tussen de gehuwdennorm per 1 januari van dat jaar en de gehuwdennorm van het daaraan voorafgaande jaar.
Artikel 4
– Hoogte van de langdurigheidstoeslag
Onderdeel van Verordening langdurigheidstoeslag 2010