Deze verordening kan worden aangehaald als Verordening Wet Kinderopvang gemeente Capelle aan den IJssel (WKO) 2009.
Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na datum bekendmaking.
Op de dag van inwerkingtreding van deze verordening vervalt de verordening Wet kinderopvang gemeente Capelle aan den IJssel.
Vastgesteld in de openbare vergadering van 5 oktober 2009,
de griffier, de voorzitter,
•¦.
Bijlage:
Systematiek bestuurlijke boetes ingevolge de Wet kinderopvang
Op grond van artikel 72 van de Wet Kinderopvang kunnen bestuurlijke boetes worden opgelegd in verband met het niet nakomen / schending van de inlichtingenplicht, zoals bedoeld in artikel 28 van de Wet Kinderopvang. De verwijtbare gedragen met de daarbij behorende bestuurlijke boetes worden als volgt ingedeeld:
het niet binnen de gestelde termijn verstrekken van inlichtingen:
Indien de ouder de verplichting als bedoeld in artikel 28, lid 1, 2 en 3 ondanks een herhaald schriftelijk verzoek daartoe niet nakomt, wordt een bestuurlijke boete opgelegd van € 50,-;
Indien de ouder de verplichting als bedoeld onder sub a, binnen 12 maanden na bekendmaking van het besluit waarbij de vorige verlaging is opgelegd, opnieuw schuldig maakt aan dezelfde als verwijtbaar aan te merken gedraging, wordt een bestuurlijke boete opgelegd van € 75,—, te betalen binnen één maand na verzenddatum van het besluit waarin de bestuurlijke boete wordt opgelegd;
van het opleggen van een bestuurlijke boete kan worden afgezien en worden volstaan met een schriftelijke waarschuwing, tenzij het niet binnen de gestelde termijn nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van 2 jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de belanghebbende een schriftelijke waarschuwing is gegeven.
het door de ouder verstrekken van onjuiste of onvolledige inlichtingen ingevolge artikel 28, lid 1, 2 en 3 Wet kinderopvang met gevolgen voor de tegemoetkoming:
bij een benadelingsbedrag tot € 500,-, een bestuurlijke boete van € 50,00 tot een maximum van € 200,-;
bij een benadelingsbedrag € 500,- tot € 1.000,-, een bestuurlijke boete van € 400,-;
bij een benadelingsbedrag van € 1.000,- of meer, een bestuurlijke boete van € 1.000,-
Indien de ouder de verplichting als bedoeld onder sub a, b of c, binnen 12 maanden na bekendmaking van het besluit waarbij de vorige verlaging is opgelegd, opnieuw schuldig maakt aan dezelfde als verwijtbaar aan te merken gedraging, wordt een bestuurlijke boete opgelegd van respectievelijk: €300,-, €600,-, €1.500,-.
het door de ouder verstrekken van onjuiste inlichtingen ingevolge artikel 28 lid 1, 2 en 3 Wet kinderopvang zonder gevolgen voor de tegemoetkoming:
een bestuurlijke boete van € 50,-;
Indien de ouder de verplichting als bedoeld onder a, binnen 12 maanden na bekendmaking van het besluit waarbij de vorige verlaging is opgelegd, opnieuw schuldig maakt aan dezelfde als verwijtbaar aan te merken gedraging, wordt een bestuurlijke boete opgelegd van € 75,-, te betalen binnen één maand na verzenddatum van het besluit waarin de bestuurlijke boete wordt opgelegd.
het niet binnen de gestelde termijn verstrekken van inlichtingen:
Indien de houder de verplichting als bedoeld in artikel 28, lid 1, 2 en 3 Wet kinderopvang niet nakomt, wordt een bestuurlijke boete opgelegd van € 500,-;
Indien de houder de verplichting als bedoeld onder sub a, binnen 12 maanden na bekendmaking van het besluit waarbij de vorige verlaging is opgelegd, opnieuw schuldig maakt aan dezelfde als verwijtbaar aan te merken gedraging, wordt een bestuurlijke boete opgelegd van € 750,-, te betalen binnen één maand na verzenddatum van het besluit waarin de bestuurlijke boete wordt opgelegd;
van het opleggen van een bestuurlijke boete kan worden afgezien en worden volstaan met een schriftelijke waarschuwing, tenzij het niet binnen de gestelde termijn nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de belanghebbende een schriftelijke waarschuwing is gegeven.
het door de houder verstrekken van onjuiste of onvolledige inlichtingen ingevolge artikel 28, lid 1, 2 en 3 Wet kinderopvang met gevolgen voor de tegemoetkoming:
bij een benadelingsbedrag tot € 500,-, een bestuurlijke boete van € 1.000,-;
bij een benadelingsbedrag € 500,- tot € 1.000,-, een bestuurlijke boete van € 1.500,-; c. bij een benadelingsbedrag van € 1.000,- of meer, een bestuurlijke boete van € 2.000,-;
Indien de houder de verplichting als bedoeld onder sub a, b of c, binnen 12 maanden nabekendmaking van het besluit waarbij de vorige verlaging is opgelegd, opnieuw schuldig maakt aan dezelfde als verwijtbaar aan te merken gedraging, wordt een bestuurlijke boete opgelegd van respectievelijk: € 1.500,-, € 1.750,-, € 2.500,-.
het door de houder verstrekken van onjuiste of onvolledige inlichtingen ingevolge artikel 28, lid 1, 2 en 3 Wet kinderopvang zonder gevolgen voor de tegemoetkoming:
een bestuurlijke boete van € 100,-;
Indien de ouder de verplichting als bedoeld onder a, binnen 12 maanden na
bekendmaking van het besluit waarbij de vorige verlaging is opgelegd, opnieuw schuldig maakt aan dezelfde als verwijtbaar aan te merken gedraging, wordt een bestuurlijke boete opgelegd van € 200,-, te betalen binnen één maand na verzenddatum van het besluit waarin de bestuurlijke boete wordt opgelegd.
Met betrekking tot de invordering wordt aangesloten bij het bestaande debiteurenbeleid van de afdeling Sociale Zaken.
Het college behoudt zich het recht voor om in uitzonderlijke situaties van bovenstaande regels af te wijken, onder de voorwaarde dat dit in het betreffende besluit goed wordt beargumenteerd. Dit betekent dat de bestuurlijke boete lager kan worden vastgesteld, maar in voorkomende gevallen ook hoger zou kunnen vastgesteld tot het geldende wettelijke maximum.
HOOFDSTUK 7
Artikel 17
Slotbepaling
Onderdeel van Verordening Wet Kinderopvang Gemeente Capelle aan den IJssel 2009