1. Het college kan de houder een schriftelijke aanwijzing
geven indien op basis van het inspectierapport blijkt dat deze de
voorschriften in deze verordening niet of in onvoldoende mate naleeft.
2. In de aanwijzing geeft het college met redenen omkleed aan
op welke punten de voorschriften niet of in onvoldoende mate worden
nageleefd, alsmede de in verband daarmee te nemen maatregelen.
3. Indien de toezichthouder oordeelt dat de kwaliteit van de
opvang bij een peuterspeelzaal zodanig tekortschiet dat het nemen van
maatregelen redelijkerwijs geen uitstel kan lijden, kan de
toezichthouder een schriftelijk bevel geven. Het bevel heeft een
geldigheidsduur van zeven dagen, die door het college kan worden
verlengd.
4. De houder neemt de maatregelen binnen de bij de aanwijzing
onderscheidenlijk het bevel gestelde termijn.
Hoofdstuk 4
Artikel 19
Aanwijzing en bevel
Onderdeel van Verordening kwaliteitsregels peuterspeelzalen