1. Het college neemt in het register de peuterspeelzalen op
die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening over een
vergunning op grond van de ‘Kwaliteitsverordening Kinderopvang 1997’
beschikken.
2. Een houder van een peuterspeelzaal als bedoeld in het
eerste lid verstrekt desgevraagd aan het college alle gegevens die nodig
zijn voor het register.
3. Beroepskrachten en begeleiders die op het tijdstip van
inwerkingtreding van deze verordening werkzaam zijn bij een
peuterspeelzaal, leggen aan de houder binnen twee maanden na de
inwerkingtreding een verklaring omtrent het gedrag over.
Hoofdstuk 5
Artikel 21
Overgangsbepaling
Onderdeel van Verordening kwaliteitsregels peuterspeelzalen