Onverminderd de overige bepalingen in deze beleidsregels, kan het College besluiten tot
beëindiging van de schuldhulpverlening indien:
de aanvrager niet voldoet aan het genoemde in artikel 2;
het schuldhulpverleningstraject succesvol is afgerond;
de aanvrager in staat is om zijn schulden zelf te regelen dan wel in staat is de
schulden zelfstandig te beheren;
d.de geboden hulpverlening, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de
aanvrager, niet (langer) passend is;
de schuldhulpverlening door het College niet langer noodzakelijk wordt geacht.
de aanvrager zijn beschikbare aflossingscapaciteit niet wil gebruiken voor de
aflossing van schulden;
g.op grond van – zo later is gebleken – onjuiste gegevens schuldhulpverlening aan
de aanvrager is toegekend, terwijl indien dit ten tijde van de besluitvorming bekend was
geweest bij het College, een andere beslissing zou zijn genomen;
h.de aanvrager zich ten opzichte van de medewerkers, belast met werkzaamheden die voortkomen uit het schuldhulpverleningstraject, misdraagt en/of agressief gedrag vertoont.
Hoofdstuk
Artikel 8.
Beëindigingsgronden
Onderdeel van Beleidsregels integrale schuldhulpverlening gemeente IJsselstein