Naar hoofdinhoud

Artikel 5.

Gronden tot weigering van een omgevingsvergunning

Onderdeel van Huisvestingsverordening Roermond

1.. Het college kan de omgevingsvergunning weigeren indien: het belang dat de aanvrager bij de omzetting heeft niet opweegt tegen het belang van het behoud van de woonruimtevoorraad. Bij de beoordeling van het belang van het behoud van de woonruimtevoorraad worden mede de ligging en de te verwachten vraag naar het type woonruimte waarop de vergunningaanvraag betrekking heeft betrokken. 2.. Het college kan de omgevingsvergunning eveneens weigeren indien: vaststaat of redelijkerwijs moet worden aangenomen dat verlening van de omgevingsvergunning ten behoeve van kamerverhuur zou leiden tot een ontoelaatbare inbreuk op een geordend woon- en leefklimaat, veiligheid of gezondheid, in de omgeving van het gebouw waarop de aanvraag betrekking heeft. Een ontoelaatbare inbreuk op een geordend woon- en leefklimaat, veiligheid of gezondheid in de omgeving van het gebouw wordt in ieder geval aanwezig geacht indien meer dan 10% van de tot bewoning bestemde gebouwen in de betreffende straat met dezelfde postcode wordt gebruikt voor huisvesting als bedoeld in artikel 3; de aanvraag betrekking heeft op een pand, dat minder dan 8 panden verwijderd is van een kamerverhuurpand waarvoor een omgevingsvergunning is verleend, dan wel een aanvraag om omgevingsvergunning is ingediend of in het register als bedoeld in artikel 8 is opgenomen. Voor de beoordeling hiervan wordt uitgegaan van panden gelegen aan dezelfde straatzijde; de aanvraag betrekking heeft op een straat in de wijk: Roermondse Veld Sterrenberg Vliegeniersbuurt Componistenbuurt Kastelenbuurt Kemp Tegelarijveld Hoogvonderen als gebieden gelden de gebieden die op de bij deze verordening behorende kaart als zodanig zijn aangegeven. Bij twijfel is deze kaart bepalend.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel