De aanvraag wordt uiterlijk op 1 oktober voor de aanvang van het boekjaar schriftelijk, uitsluitend door middel van een aanvraagformulier, bij het college ingediend en door de aanvrager ondertekend.
De aanvraag bevat in elk geval:
het aantal peuterplaatsen waarvoor subsidie wordt aangevraagd;
het aantal locaties (specifiek gemaakt) waar de activiteiten plaats vinden;
het beoogd aantal groepen en de grootte van deze groepen;
overige door de Wet voorgeschreven documenten.
Indien de aanvrager voor de eerste keer een per boekjaar te verstrekken subsidie aanvraagt bevat de aanvraag tevens:
een verklaring waaruit blijkt dat voldaan wordt aan de eisen zoals gesteld aan ambitieniveau 2;
de laatst opgemaakte jaarrekening dan wel de balans en de staat van baten en lasten en de toelichting daarop of, indien deze bescheiden ontbreken, een verslag over de financiële positie van de aanvrager op het moment van de aanvraag;
namen, adressen en functies van de zittende bestuursleden.
Het college kan bepalen dat bepaalde stukken, genoemd onder lid 3 van dit artikel niet hoeven te worden overgelegd. Het college doet het verzoek om overlegging van aanvullende stukken of informatie binnen een termijn van vier weken na ontvangst van het verzoek om structurele subsidie.
Het college kan aanvullende regels vaststellen waaraan te overleggen stukken dienen te voldoen.
In overleg met het college van de gemeente Zwijndrecht is het mogelijk om te schuiven met peuterplaatsen tussen de verschillende locaties van een aanbieder. Dit onder voorwaarde dat het totaal aantal peuterplaatsen per locatie bekend moet zijn.
Hoofdstuk 4
Artikel 10
Aanvraag van een subsidie voor peuterspeelzaalwerk
Onderdeel van Verordening Peuterspeelzaalwerk gemeente Zwijndrecht 2012