**1..** De burgemeester weigert de vergunning indien de vestiging en/of
de exploitatie van de inrichting in strijd is met een geldend
bestemmingsplan of met het bepaalde in of krachtens deze
verordening.
**2..** De burgemeester kan de vergunning weigeren indien naar zijn
oordeel door de aanwezigheid van de inrichting de openbare orde
wordt aangetast en/of het woon- of leefklimaat in de omgeving
van de inrichting nadelig wordt beïnvloed.
**3..** Bij de toepassing van de in het vorige lid genoemde
weigeringgrond houdt de burgemeester in ieder geval rekening
met:
**a..** het karakter van de straat en van de wijk waarin de inrichting
is gelegen of zal komen te liggen;
**b..** de aard van de inrichting;
**c..** de spanning waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat
of bloot zal komen te staan door de exploitatie van de
inrichting;
**d..** de concentratie van inrichtingen in een bepaald gebied;
**e..** de wijze van bedrijfsuitoefening door de leidinggevende(n) van
de inrichting in deze of in andere inrichtingen;
**f..** de wijze van bedrijfsuitoefening van de inrichting in het
verleden.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 14
Artikel 2:76f
Weigeringsgronden
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Hof van Twente 2010