**1..** Onverminderd het bepaalde in artikel 1.6, kan de vergunning
tijdelijk of voor onbepaalde tijd, gedeeltelijk of geheel worden
ingetrokken indien:
**a..** de in de vergunning vermelde exploitant of beheerder niet
feitelijk de exploitatie en het beheer voert;
**b..** de exploitant of beheerder de nadere regels bedoeld in artikel
3:3 overtreedt, dan wel niet of niet langer voldoet aan het
gestelde in afdeling 3.2;
**c..** de exploitant of beheerder de voorschriften, behorende bij de
vergunning, overtreedt;
**d..** er door de exploitant of beheerder onvoldoende maatregelen zijn
getroffen in het belang van de veiligheid, de hygiëne en de
bescherming van de gezondheid van de voor hem, namens hem, onder
zijn leiding, of door zijn bemiddeling, werkzame personen,
alsmede ter bescherming van de volksgezondheid;
**e..** aannemelijk is dat de exploitant of beheerder betrokken is of
hem ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten in
of vanuit de seksinrichting of het escortbedrijf, die een gevaar
opleveren voor de openbare orde of een bedreiging vormen voor
het woon- of leefklimaat;
**f..** zich anderszins feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen,
dat de exploitatie gevaar oplevert voor de openbare orde of een
bedreiging vormt voor het woon- of leefklimaat in de omgeving;
**g..** aan een exploitant meerdere vergunningen zijn verleend en een
van deze vergunningen op grond van lid 1 sub a tot en met f,
wordt ingetrokken. Datzelfde kan indien een in een andere
gemeente verleende vergunning is ingetrokken.
Hoofdstuk 3 › Afdeling 3
Artikel 3:14
Intrekkingsgronden
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Hof van Twente 2010