Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Afdeling 3

Artikel 4:12

Ontsierende, hinderlijke of gevaarlijke reclames e.d.

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Hof van Twente 2010

Voor de rechthebbende van een onroerende zaak en voor de hoofdgebruiker van die zaak is het verboden deze zaak of een daarop aanwezige zaak te gebruiken of het gebruik daarvan toe te laten voor het maken van handelsreclame van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook, die vanaf de weg of vanaf een andere voor het publiek toegankelijke plaats zichtbaar is. Het verbod geldt niet voor: opschriften, aankondigingen en afbeeldingen in het inwendig gedeelte van een onroerende zaak, mits niet aan de ramen van de buitengevel; opschriften en aankondigingen op zuilen, borden, muren of andere constructies, aangewezen door de overheid; opschriften en aankondigingen die betrekking hebben op: openbare verkoop, aanbiedingen voor verkoop, verhuur of verpachting van een onroerende zaak voor zolang zij feitelijke betekenis hebben en geplaatst zijn op het betreffende perceel; het beroep, de dienst, of het bedrijf dat in of op de onroerende zaak wordt uitgeoefend of waarvoor die zaak is bestemd, en op naamborden; mits deze opschriften en aankondigingen passen binnen de regels van het reclamebeleid zoals verwoord in de Welstandsnota Hof van Twente, de verkeersveiligheid ter plaatse niet in gevaar komt en geen overlast veroorzaakt voor de gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende zaak. opschriften die betrekking hebben op de naam of aard van in uitvoering zijnde werken of op de namen van degenen die bij het ontwerp of de uitvoering van het werk betrokken zijn en die functioneel zijn voor een bouw- of sloopactiviteit of een andere tijdelijke werkzaamheid in de grond-, weg- of waterbouw, mits geplaatst op of in de onmiddellijke nabijheid van het terrein waarop die activiteit of werkzaamheid wordt uitgevoerd, niet verlicht zijn, de verkeersveiligheid ter plaatse niet in gevaar komt en geen overlast veroorzaakt voor de gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende zaak, dit voor zolang zij feitelijke betekenis hebben; opschriften en aankondigingen aan gebouwen en inrichtingen van openbaar vervoer, als deze zijn aangebracht voor dat vervoer. 3.Het in het eerste lid gesteld verbod geldt ook niet voor zover de Woningwet, op de Wet Milieubeheer gebaseerde voorschriften, de Monumentenwet, de Provinciale landschapsverordening, de gemeentelijke monumentenverordening of artikel 2:10 van de APV van toepassing is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel