Naar hoofdinhoud

Artikel 7

Beëindiginggronden

Onderdeel van Beleidsregels Gemeentelijke schuldhulpverlening Westland

Onverminderd de overige bepalingen in deze beleidsregels, kan het college besluiten tot beëindiging van de schuldhulpverlening. Het college kan in ieder geval besluiten om de schuldhulpverlening te beëindigen indien: verzoeker niet of in onvoldoende mate heeft voldaan aan één of meerdere verplichtingen als genoemd in artikel 5, eerste en tweede lid. verzoeker na herhaaldelijke oproep te verschijnen/contact op te nemen niet is verschenen op een afspraak zonder hierover vooraf te berichten en geen gehoor geeft aan de oproep contact op te nemen; het minnelijke traject tot schuldregelen niet is geslaagd, omdat één of meerdere schuldeisers geen medewerking verlenen en de WSNP geen mogelijkheid is; er een WSNP-verklaring is afgegeven; het besluit is genomen op grond van gegevens die nadien blijken onjuist te zijn en, waren de juiste gegevens bekend geweest, een ander besluit zou zijn genomen; verzoeker is komen te overlijden; verzoeker niet langer inwoner is van de gemeente en er nog geen minnelijke schuldbemiddeling tot stand is gekomen; belanghebbende zich misdraagt ten opzichte van medewerkers die zijn belast met de uitvoering van schuldhulpverlening; verzoeker in staat is om zijn schulden zelf te regelen; de geboden hulp, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de belanghebbende, niet (langer) passend is; verzoeker zich niet naar vermogen inspant om de onderliggende oorzaak van de schuldenproblematiek op te lossen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel