Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5. › Paragraaf 5.

Artikel 23.

Afwijzingsgronden persoonsgebonden budget en/of financiële tegemoetkoming

Onderdeel van Verordening voorzieningen Wmo Roermond 2012

Verstrekking als persoonsgebonden budget en/of financiële tegemoetkoming vindt niet plaats indien: op grond van aanwijzingen die tijdens het onderzoek zijn verkregen, het ernstige vermoeden bestaat dat de aanvrager problemen zal hebben met het omgaan van een persoonsgebonden budget of financiële tegemoetkoming; de aanvrager eerder een persoonsgebonden budget of financiële tegemoetkoming is verleend op grond van de Verordening of een van de daaraan voorafgaande verordeningen en de aanvrager zich niet gehouden heeft aan de daarbij opgelegde verplichtingen; de voorzienbare duur van de noodzakelijkheid van de voorziening korter is dan de normale afschrijvingstermijn van de geïndiceerde voorziening; er sprake is van bezwaren van overwegende aard.

Rechtspraak bij dit artikel