Een woonvoorziening wordt afgewezen indien:
er sprake is van het treffen van voorzieningen aan
hotels/pensions, trekkerswoonwagens, kloosters, tweede woningen,
vakantiewoningen, recreatiewoningen en bij kamerverhuur;
deze betrekking heeft op een woongebouw, dat specifiek gericht
is op mensen met beperkingen of dat in de praktijk bewoond wordt
door een specifieke groep en waarvan vast staat dat de
voorziening niet voldoet aan de voor een dergelijke woning op
grond van wettelijke voorschriften, algemeen aanvaarde regels of
contractuele bepalingen geldende vereisten en waarvan is
aangetoond dat de aangevraagde voorziening bij wel voldoen aan
die vereisten niet nodig is;
de voorziening bij nieuwbouw of renovatie zonder noemenswaardige
meerkosten kan worden meegenomen;
de noodzaak tot het treffen van een woonvoorziening het gevolg
is van een verhuizing waar op grond van beperkingen bij het
normale gebruik van de woning, een chronisch psychisch en/of
psychosociaal probleem geen aanleiding voor bestond en er geen
andere belangrijke reden aanwezig is;
de belanghebbende niet is verhuisd naar de voor zijn of haar
beperkingen op dat moment beschikbare meest geschikte woning,
tenzij daarvoor tevoren schriftelijk toestemming is verleend
door het college;
deze betrekking heeft op voorzieningen in gemeenschappelijke
ruimten anders dan verbrede toegangsdeuren, automatische
deuropeners, hellingbanen, extra trapleuningen, drempelhulpen en
een opstelplaats voor een rolstoel of vervoersvoorziening;
de belanghebbende voor het eerst zelfstandig gaat wonen, voor
zover de aanvraag een verhuiskostenvergoeding betreft;
de belanghebbende verhuisd is vanuit of naar een woonruimte die
niet geschikt is het gehele jaar door bewoond te worden;
de ondervonden problemen bij het normale gebruik van de woning
voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte
materialen;
de noodzaak tot het treffen van een voorziening het gevolg is
van achterstallig onderhoud aan de woning;
de voorziening slechts strekt ter renovatie of ter aanpassing
aan de eisen van de tijd;
de woonvoorziening aangevraagd wordt op een moment dat op basis
van leeftijd, gezinssituatie of woonsituatie te voorzien was dat
deze voorziening noodzakelijk zou zijn en er geen sprake is van
een onverwacht optredende noodzaak;
de aangevraagde voorzieningen het uitrustingsniveau voor sociale
woningbouw, zoals omschreven in het Bouwbesluit, te boven gaan
of betrekking hebben op een grotere oppervlakte dan krachtens de
beleidsregels als adequaat geldt.
Hoofdstuk 7.
Artikel 28.
Aanvullende weigeringsgronden ten aanzien van het te bereiken resultaat: wonen in een geschikt huis.
Onderdeel van Verordening voorzieningen Wmo Roermond 2012