Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7.

Artikel 28.

Aanvullende weigeringsgronden ten aanzien van het te bereiken resultaat: wonen in een geschikt huis.

Onderdeel van Verordening voorzieningen Wmo Roermond 2012

Een woonvoorziening wordt afgewezen indien: er sprake is van het treffen van voorzieningen aan hotels/pensions, trekkerswoonwagens, kloosters, tweede woningen, vakantiewoningen, recreatiewoningen en bij kamerverhuur; deze betrekking heeft op een woongebouw, dat specifiek gericht is op mensen met beperkingen of dat in de praktijk bewoond wordt door een specifieke groep en waarvan vast staat dat de voorziening niet voldoet aan de voor een dergelijke woning op grond van wettelijke voorschriften, algemeen aanvaarde regels of contractuele bepalingen geldende vereisten en waarvan is aangetoond dat de aangevraagde voorziening bij wel voldoen aan die vereisten niet nodig is; de voorziening bij nieuwbouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten kan worden meegenomen; de noodzaak tot het treffen van een woonvoorziening het gevolg is van een verhuizing waar op grond van beperkingen bij het normale gebruik van de woning, een chronisch psychisch en/of psychosociaal probleem geen aanleiding voor bestond en er geen andere belangrijke reden aanwezig is; de belanghebbende niet is verhuisd naar de voor zijn of haar beperkingen op dat moment beschikbare meest geschikte woning, tenzij daarvoor tevoren schriftelijk toestemming is verleend door het college; deze betrekking heeft op voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten anders dan verbrede toegangsdeuren, automatische deuropeners, hellingbanen, extra trapleuningen, drempelhulpen en een opstelplaats voor een rolstoel of vervoersvoorziening; de belanghebbende voor het eerst zelfstandig gaat wonen, voor zover de aanvraag een verhuiskostenvergoeding betreft; de belanghebbende verhuisd is vanuit of naar een woonruimte die niet geschikt is het gehele jaar door bewoond te worden; de ondervonden problemen bij het normale gebruik van de woning voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte materialen; de noodzaak tot het treffen van een voorziening het gevolg is van achterstallig onderhoud aan de woning; de voorziening slechts strekt ter renovatie of ter aanpassing aan de eisen van de tijd; de woonvoorziening aangevraagd wordt op een moment dat op basis van leeftijd, gezinssituatie of woonsituatie te voorzien was dat deze voorziening noodzakelijk zou zijn en er geen sprake is van een onverwacht optredende noodzaak; de aangevraagde voorzieningen het uitrustingsniveau voor sociale woningbouw, zoals omschreven in het Bouwbesluit, te boven gaan of betrekking hebben op een grotere oppervlakte dan krachtens de beleidsregels als adequaat geldt.

Rechtspraak bij dit artikel