Onverminderd de intrekkingsgronden genoemd in artikel 32 van de
verordening, wordt de toekenningsbeschikking hulp bij het
huishouden, persoonsgebonden budget of andere voorziening geheel of
gedeeltelijk ingetrokken, beëindigd of herzien waardoor de
voorziening wordt beëindigd dan wel gewijzigd:
met ingang van de dag waarop de ontvanger van de hulp bij
het huishouden, het persoonsgebonden budget of een
voorziening, schriftelijk heeft aangegeven geen prijs meer
te stellen op het budget, de financiële tegemoetkoming of de
voorziening;
met ingang van de dag waarop de ontvanger van de hulp bij
het huishouden, het persoonsgebonden budget of een
voorziening verhuist naar een andere gemeente, dan wel
verhuist naar een ander type woning;
met ingang van de dag waarop de ontvanger van de hulp bij
het huishouden, het persoonsgebonden budget of een
voorziening, langer dan twee maanden aaneengesloten
verblijft in een instelling als bedoeld in artikel 5 van de
Wet toelating zorginstelling erkende instelling of de
Zorgverzekeringswet;
uiterlijk met ingang van de 14e dag gelegen ná de dag waarop
de ontvanger van de hulp bij het huishouden of het
persoonsgebonden budget voor hulp bij het huishouden
overlijdt;
per de eerste van de maand volgend op de maand van
verhuizing buiten de gemeente, dan wel overlijden van de
ontvanger van de vergoeding voor de eigen auto of
bruikleenauto;
met ingang van de dag waarop de ontvanger van een vergoeding
voor de kosten van een taxi of rolstoeltaxi verhuist of
overlijdt. Declaraties betrekking hebbend op de periode voor
datum van verhuizing of overlijden, kunnen worden ingediend
tot maximaal 3 maanden na datum van verhuizing of
overlijden.
Hoofdstuk 8.
Artikel 33.
Intrekking, beëindiging of herziening van een persoonsgebonden budget, financiële tegemoetkoming en/of voorziening
Onderdeel van Verordening voorzieningen Wmo Roermond 2012