Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 8.

Artikel 33.

Intrekking, beëindiging of herziening van een persoonsgebonden budget, financiële tegemoetkoming en/of voorziening

Onderdeel van Verordening voorzieningen Wmo Roermond 2012

Onverminderd de intrekkingsgronden genoemd in artikel 32 van de verordening, wordt de toekenningsbeschikking hulp bij het huishouden, persoonsgebonden budget of andere voorziening geheel of gedeeltelijk ingetrokken, beëindigd of herzien waardoor de voorziening wordt beëindigd dan wel gewijzigd: met ingang van de dag waarop de ontvanger van de hulp bij het huishouden, het persoonsgebonden budget of een voorziening, schriftelijk heeft aangegeven geen prijs meer te stellen op het budget, de financiële tegemoetkoming of de voorziening; met ingang van de dag waarop de ontvanger van de hulp bij het huishouden, het persoonsgebonden budget of een voorziening verhuist naar een andere gemeente, dan wel verhuist naar een ander type woning; met ingang van de dag waarop de ontvanger van de hulp bij het huishouden, het persoonsgebonden budget of een voorziening, langer dan twee maanden aaneengesloten verblijft in een instelling als bedoeld in artikel 5 van de Wet toelating zorginstelling erkende instelling of de Zorgverzekeringswet; uiterlijk met ingang van de 14e dag gelegen ná de dag waarop de ontvanger van de hulp bij het huishouden of het persoonsgebonden budget voor hulp bij het huishouden overlijdt; per de eerste van de maand volgend op de maand van verhuizing buiten de gemeente, dan wel overlijden van de ontvanger van de vergoeding voor de eigen auto of bruikleenauto; met ingang van de dag waarop de ontvanger van een vergoeding voor de kosten van een taxi of rolstoeltaxi verhuist of overlijdt. Declaraties betrekking hebbend op de periode voor datum van verhuizing of overlijden, kunnen worden ingediend tot maximaal 3 maanden na datum van verhuizing of overlijden.

Rechtspraak bij dit artikel