Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Afdeling 3

Artikel 4:12b

Weigeringsgronden

Onderdeel van ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING SITTARD-GELEEN

1.. Het college kan de vergunning weigeren dan wel onder voorschriften verlenen in het belang van onder meer: natuur- en milieuwaarden van de houtopstand; landschappelijke waarden van de houtopstand; waarden van stads- en dorpsschoon van de houtopstand; Houtopstand gelegen in een beschermd natuurmonument in de zin van de natuurbeschermingswet; cultuurhistorische waarden van de houtopstand; waarden voor recreatie en leefbaarheid van de houtopstanden. 2.. Het college kan bij het weigeren of het onder voorschriften verlenen van een vergunning tevens de boomwaarde als motivering hanteren. Zij verwijst zoveel mogelijk naar gemeentelijke bestemmings-, groen-, bomen- of landschapsplannen en de daarin vermelde in het eerste lid genoemde waarden. 3.. Voor houtopstanden voorkomende op de nationale, monumentale bomenlijst van de landelijke Bomenstichting te Utrecht en voor houtopstanden voorkomende op de gemeentelijke lijst van monumentale bomen en houtopstanden (zie ook artikel 4:12c, eerste lid) wordt in beginsel geen kapvergunning verleend. 4.. Een kapvergunning kan worden geweigerd op de enkele grond dat de bouw- of aanlegplannen nog niet definitief zijn c.q. andere vergunningen die in verband staan met de realisatie van het plan waarvan de kapvergunning deel uitmaakt, niet zijn verleend. 5.. Een kapvergunning kan worden geweigerd, nadat een bouw- of aanlegvergunning is verleend, indien de rechthebbende aanvrager van de kapvergunning niet, of niet tijdig, of niet volledig de aanwezigheid heeft gemeld van een beeldbepalende of anderszins waardevolle houtopstand aan het college. 6.. Een kapvergunning kan worden geweigerd op de enkele grond dat het ingediende groenplan niet door het college is goedgekeurd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel