Naar hoofdinhoud
Het persoonsgebonden budget voor een rolstoel wordt als volgt vastgesteld: Een persoonsgebonden budget [PGB] wordt vastgesteld op basis van de nieuwprijs van de voorziening in een standaarduitvoering conform het leverancierscontract dat de gemeente heeft met de leveranciers. Dit bedrag wordt jaarlijks vastgesteld en wordt verhoogd met een bedrag noodzakelijk voor 1 jaar onderhoud en reparatie. Eventuele verzekering van de voorziening is voor rekening van de aanvrager. Het persoonsgebonden Budget [PGB] is niet kostendekkend en dient beschouwd te worden als een tegemoetkoming in de kosten van aanschaf en onderhoud voor een periode van 5 jaar. Na 5 jaar kan een nieuw PGB worden aangevraagd. Het PGB voor een: Handbewogen rolstoel, categorie 2.3 ( kort incidenteel gebruik en algemeen gebruik) bedraagt € 326,30 (incl. BTW) verhoogd met de onderhoudskosten voor 1 jaar ad € 73,23 (incl. BTW) Handbewogen rolstoel, categorie 2.4 (semi-permanent en algemeen gebruik) bedraagt € 658,00 (incl. BTW) verhoogd met de onderhoudskosten voor 1 jaar ad € 73,23 (incl. BTW) Elektrische rolstoel, categorie 2.7 (semi-permanent gebruik in en om huis) bedraagt € 2.885,60 (incl. BTW) verhoogd met de onderhoudskosten voor 1 jaar ad € 421,04. (incl. BTW) Elektrische rolstoel, categorie 2.8 (semi-permanent gebruik binnen en buiten) bedraagt € 3.541,55 (incl. BTW) erhoogd met de onderhoudskosten voor 1 jaar ad € 421,04 (incl. BTW) Elektrische aandrijfunit t.b.v. een handbewogen rolstoel bedraagt € 707,85 (incl. BTW) verhoogd met 1 jaar onderhoud ad € 218,65. (incl. BTW) Indien een standaarduitvoering van een middel niet als adequaat kan worden beschouwd, dient als maatwerk een pakket van eisen te worden opgesteld. Aan de hand van dit pakket van eisen wordt bij 3 leveranciers een offerte opgevraagd. Het PGB wordt dan gelijkgesteld aan de goedkoopst-adequate voorziening [inclusief de korting voor de gemeente].

Rechtspraak bij dit artikel