De door het college ter compensatie van beperkingen bij het voeren van een huishouden te verstrekken voorziening, zoals bepaald in artikel 9 van de Verordening, kan bestaan uit de volgende niveaus:
Hulp bij het huishouden-basis; aan te bieden wanneer verondersteld wordt dat de cliënt in staat is tot zelfregie over de planning van activiteiten en waaronder de volgende taken en werkzaamheden kunnen vallen:
Huishoudelijke werkzaamheden die samenhangen met beperkingen op het vlak van schoonmaken van woonruimte, slaapruimte, sanitair, keuken [dagelijks of wekelijks onderhoud];
Verzorgen van textiel [ wassen, strijken];
Onderhoud van kleding en schoeisel;
Zorg voor voeding [ [voor]bereiden, serveren, afwassen, opruimen];
Bed opmaken;
Beperkte verzorging van huisdieren;
Hulp bij het huishouden plus; aan te bieden wanneer naast de werkzaamheden welke beschreven worden in lid 1 onder a t/m f, tevens gerichte hulp bij de organisatie van het huishouden wordt vereist zoals:
Planning van het voeren van het huishouden [wie doet wat];
Aandacht voor hygiëne in huis;
Advies bij het kopen van levensmiddelen;
Beheer van de levensmiddelenvoorraad;
Noodzakelijke opvang van thuiswonende kinderen;
Instructie en voorlichting die direct is verbonden met activiteiten op het gebied van het voeren van een huishouding, bijvoorbeeld stimulering bij het deels zelf uitvoeren van activiteiten. Enige begeleiding kan deel uitmaken van deze prestatie, waaronder noodzakelijke advisering aan informele zorgverleners van de cliënt;
Organisatie van de huishouding in verband met chronische ziekte of beperking
Specifieke ondersteuning bij een ontregelde huishouding i.v.m. psychise problemen.
De basis voor beide categorieën hulp bij het huishouden vormt het indicatieprotocol “indicatie advisering voor hulp bij het huishouden” van het Centrum Indicatiestelling Zorg
Hoofdstuk 4
Artikel 9.
Niveaus van hulp bij het huishouden.
Onderdeel van Besluit Nadere Regelen Maatschappelijke Ondersteuning Sittard-Geleen 2010