**1..** Onverminderd artikel 2, tweede lid wordt de verlaging vastgesteld op vijf procent van de bijstandsnorm gedurende één maand indien het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht bedoeld in artikel 17 van de wet dan wel in artikel 30 c van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van bijstand.
**2..** De in het eerste lid bedoelde verlaging is eveneens van toepassing op de situaties waarin belanghebbende heeft nagelaten om informatie die van belang is voor de voortzetting van bijstand binnen de door het college op grond van artikel 54, tweede lid, van de wet gestelde termijn te verstrekken.
**3..** Van een besluit tot de verlaging ingevolge dit artikel wordt afgezien en er wordt volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing, tenzij het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de belanghebbende een schriftelijke waarschuwing is gegeven.
**4..** Van een besluit tot verlaging of van een waarschuwing wordt afgezien bij de behandeling van een aanvraag die niet leidt tot het verlenen van bijstand, tenzij sprake is van de kennelijke bedoeling of opzet tot fraude.
**5..** Een besluit tot verlaging ingevolge dit artikel wordt toegepast met ingang van de datum van opschorting zoals bedoeld in artikel 54, eerste lid van de wet, dan wel met ingang van de eerste dag van de kalendermaand volgend op de datum waarop het besluit tot verlaging aan belanghebbende wordt bekendgemaakt.
Hoofdstuk 3.
Artikel 10
Het niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht zonder gevolgen voor de bijstand
Onderdeel van Afstemmingsverordening Wet werk en bijstand