Gedragingen van de jongere inhoudende het niet of onvoldoende meewerken aan het vergroten van de duurzame arbeidsinschakeling, worden onderscheiden in de volgende categorieën:
Tweede categorie:
Het onvoldoende meewerken aan het opstellen van een plan m.b.t. de arbeidsinschakeling, waaronder begrepen het meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling;
het zich niet onderwerpen aan een noodzakelijke behandeling van medische aard.
Derde categorie:
Het stellen van onredelijke eisen in verband met de te verrichten algemeen geaccepteerde arbeid, die het aanvaarden of verkrijgen van algemeen geaccepteerde arbeid belemmeren;
Vierde categorie:
het niet of onvoldoende meewerken aan het behoud of bevorderen van de arbeidsbekwaamheid;
het niet behouden van in de vorm van een leerwerkaanbod ex artikel 5 eerste lid van de wet aangeboden algemeen geaccepteerde arbeid, scholing, opleiding of sociale activering.
het niet of onvoldoende meewerken aan activiteiten of werkzaamheden, gericht op de arbeidsinschakeling;
het nalaten de opgedragen werkzaamheden of activiteiten naar beste vermogen te verrichten.
Hoofdstuk 2.
Artikel 7.
Indeling in categorieën
Onderdeel van Afstemmingsverordening Wet investeren in jongeren