In deze verordening wordt verstaan onder:
1.
cliëntenparticipatie minimabeleid:
de gestructureerde wijze waarop de gemeente de zelforganisatie van belanghebbenden betrekt in de beleidsvorming, uitvoering en evaluatie van de Wet werk en bijstand, de Wet investeren in jongeren en het integrale gemeentelijke minimabeleid;
2.
integraal gemeentelijk minimabeleid:
de samenhangende wijze waarop de gemeente in al haar beleid en verantwoordelijkheden werkt aan de mogelijkheden tot gelijkwaardige maatschappelijke deelname van alle mensen met een bijstandsuitkering of anderszins minimaal inkomen;
3.
stichting:
de door het college als zodanig aangewezen en in deze gemeente actief zijnde Stichting Sociaal Overleg als belangenbehartiger van mensen met een bijstandsuitkering of anderszins minimaal inkomen;
Artikel 1.
Begripsbepalingen
Onderdeel van Verordening cliëntenparticipatie Wet werk en bijstand en Wet investeren in jongeren