**1..** De langdurigheidstoeslag bedraagt per jaar:
voor gehuwden: 38,56% van de gehuwdennorm
voor een alleenstaande ouder 34,59% van de gehuwdennorm
voor een alleenstaande 27,05% van de gehuwdennorm.
**2..** Voor de toepassing van het eerste lid is de situatie van de rechthebbende op de peildatum bepalend.
**3..** Indien één of meer van de gezinsleden op de peildatum is of zijn uitgesloten van het recht op langdurigheidstoeslag ingevolge de artikelen 11 of 13, eerste lid van de wet, waardoor slechts één van de gezinsleden recht op langdurigheidstoeslag heeft, komt dit gezinslid in aanmerking voor een langdurigheidstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden
**3a..** Wijziging betekenis begrippen
1. Waar in deze verordening de begrippen ‘alleenstaande’ en ‘alleenstaande ouder’ worden gebruikt, hebben deze vanaf 1 januari 2012 dezelfde betekenis als in artikel 4 van de wet.
2. Waar in deze verordening wordt gesproken over ‘gehuwden’ of ‘gehuwdennorm’ hebben deze begrippen vanaf 1 januari 2012 dezelfde betekenis als ‘gezin’, bedoeld in artikel 4, respectievelijk ‘gezinsnorm’, bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de wet.
**4..** De hoogte van de gehuwdennorm onder lid 1 is het bedrag dat van toepassing is op 1 januari van het kalenderjaar waarin de peildatum valt, de procentuele berekening wordt naar boven afgerond op hele euro’s.
Artikel 3
Hoogte van de langdurigheidstoeslag
Onderdeel van Verordening langdurigheidstoeslag Wet werk en bijstand