Naar hoofdinhoud

Paragraaf 2

Artikel 5

Verplichtingen van de cliënt

Onderdeel van Re-integratieverordening Wet werk en bijstand

1.. Een persoon die door het college een voorziening wordt aangeboden is verplicht hiervan gebruik te maken. 2.. De persoon die deelneemt aan een voorziening is gehouden aan de verplichtingen die voortvloeien uit de wet, de Wet Structuur Uitvoering Werk en Inkomen, deze verordening, alsmede aan de verplichtingen die het college aan de aangeboden voorziening heeft verbonden. 3.. Indien een uitkeringsgerechtigde die deelneemt aan een voorziening, niet voldoet aan het gestelde in het tweede lid, dan kan het college de uitkering verlagen conform hetgeen hierover is bepaald in de afstemmingsverordening. 4.. Indien de persoon, niet zijnde een uitkeringsgerechtigde, die gebruik maakt van een voorziening, niet voldoet aan het gestelde in het tweede lid, kan het college de kosten van de voorziening dan wel de subsidie geheel of gedeeltelijk terugvorderen. 5.. Bij het opleggen van arbeidsverplichtingen aan eenoudergezinnen maakt het college een afweging tussen het belang van arbeidsinschakeling en zorg. 6.. Indien burgemeester en wethouders ter uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 2 lid 1 ten behoeve van de belanghebbende een plan hebben opgesteld of hebben laten opstellen, gericht op het vergroten van de mogelijkheden tot inschakeling in het arbeidsproces, wordt dit opgenomen in een bijlage bij het besluit tot toekenning, voortzetting of herziening van bijstand. De belanghebbende tekent een exemplaar van de bijlage voor gezien en verstrekt dit aan burgemeester en wethouders. De bijlage wordt tevens getekend door burgemeester en wethouders.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel