Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 5

Artikel 2:10

Voorwerpen op of aan de weg

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening gemeente Beek 2012

1.. Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, indien: het gebruik schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de weg of; het gebruik niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; het beoogde gebruik hinder of overlast oplevert voor de omgeving. 2.. Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de weg is in ieder geval sprake wanneer niet tenminste een vrije doorgang van 1,20 m wordt gelaten op voetpaden en van 3,50 m op de rijbaan voor fietsers of gemotoriseerd verkeer. 3.. Het verbod in het eerste lid van het vorige artikel geld niet voor: evenementen als bedoeld in artikel 2:24; standplaatsen als bedoeld in artikel 5:19; terrassen, uitstallingen en het plaatsen van tijdelijke reclameborden die voldoen aan de door het college te stellen nadere regels. 4.. Het bevoegd bestuursorgaan kan in andere gevallen dan bedoeld in het derde lid ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod. 5.. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het in het eerste lid bedoelde gebruik, voor zover dit een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j. of onder k. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 6.. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatwerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet, of de Wegenverordening provincie Limburg. 7.. Op de ontheffing bedoeld in het vierde lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel