Naar hoofdinhoud
Aan belanghebbende wordt telkens na afloop van een kalenderjaar een opgave verstrekt van de stand van de geldlening en van de rentevorderingen. B114 – Gevallen waarin bijstand in natura wordt verstrekt In het geval van problematische schulden of een dreigend afglijden door psychosociale problemen, dakloosheid of verslaving kan een deel van de bijstand in natura worden verleend. Bijstand in natura kan bestaan uit: woonruimte met gebruik van water, gas en licht; verzekeringen; duurzame gebruiksgoederen; kleding; etenswaren. De kosten van de verstrekkingen worden in mindering gebracht op de uitkering van belanghebbende. Dit geschiedt zodanig dat het resterende deel tenminste even hoog is als de norm bij verblijf in een inrichting als bedoeld in artikel 23 lid 1 WWB. B116 – Verstrekken voorschotten tijdens aanvraag Zoals in artikel 52 WWB bepaald dient er een voorschot van 90% verstrekt te worden indien vier weken na de aanvraagdatum zijn verstreken en het niet verwijtbaar is dat er stukken ontbreken en er niet is vastgesteld dat er geen recht bestaat. Daarnaast wordt van de bevoegdheid tot het verlenen van een voorschot op grond van artikel 52 WWB alleen gebruik gemaakt wanneer de belanghebbende/aanvrager niet over de middelen beschikt om in zijn/haar levensonderhoud te voorzien, de zogenoemde ‘broodnood’. Wanneer de belanghebbende beschikt over vermogen, bijvoorbeeld een spaarrekening, blijft voorschotverstrekking achterwege. Er hoeft in dit verband geen rekening gehouden te worden met de grens van het bescheiden vermogen. Het is dus van belang dat de belanghebbende inzicht geeft in zijn/haar financiële situatie. B117 – Hoogte en duur voorschotten tijdens aanvraag De hoogte van een eventueel voorschot op basis van artikel 52 WWB bedraagt minimaal 90% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm (norm + toeslag - verlagingen) die het meest waarschijnlijk is, waarbij tevens rekening wordt gehouden met eventueel op te leggen maatregelen. Voorschotten worden normaal gesproken per bank betaalbaar gesteld. Uitbetaling per kas is bij uitzondering mogelijk. B118 – Verrekening van bij aanvraag verstrekte voorschotten In beginsel wordt toegekende bijstand over een periode waarin belanghebbende op grond van artikel 52 WWB een voorschot is verstrekt, direct en volledig verrekend met dit voorschot. Op individuele gronden kan hiervan worden afgeweken. B159 – Overbruggingsuitkeringen Het college verstrekt in beginsel geen overbruggingsuitkeringen voor algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan. De voor belanghebbende van toepassing zijnde bijstandsnorm wordt geacht toereikend te zijn. Indien een belanghebbende gesteld wordt voor noodzakelijke kosten die voortvloeien uit bijzondere omstandigheden, waardoor liquiditeitsproblemen kunnen ontstaan, omdat hij/zij deze niet uit de eigen middelen kan voldoen, kan voor deze kosten  bijzondere bijstand worden verstrekt (zie B7.1 ). In het geval dat, ondanks het bovenstaande beleidsuitgangspunt, op grond van bijzondere omstandigheden aan belanghebbende toch een overbruggingsuitkering voor algemeen noodzakelijke bestaanskosten wordt verstrekt, is dit algemene bijstand om niet. Het college maakt, gezien de bijzondere situatie ten gevolge waarvan de noodzaak van een overbruggingsuitkering is ontstaan, geen gebruik van de bevoegdheid tot terugvordering ervan na beëindiging van de bijstand. N.B.: in overbrugging tijdens de bijstandsaanvraag is voorzien door het verplichte voorschot; zie B10.3.2.2. Overbruggingsuitkering nieuwkomers Aan nieuwkomers/vluchtelingen die een verblijfsstatus hebben gekregen en als direct gevolg daarvan recht hebben op algemene bijstand, wordt een overbruggingsuitkering om niet verleend. De overbruggingsuitkering heeft het karakter van algemene bijstand. De hoogte van de overbruggingsuitkering is gelijk aan de van toepassing zijnde norm en toeslag minus vakantietoeslag. In die gevallen waarin de periode waarover recht op bijstand bestaat korter is dan één maand, wordt de overbruggingsuitkering naar dat deel van de maand toegerekend. Zodra er een besluit wordt genomen om algemene bijstand toe te kennen, wordt ook de overbruggingsuitkering ambtshalve toegekend en uitbetaald. A027 – Rechtstreeks beroep bij de rechtbank Het college acht de bezwaarfase vanwege de volledige bestuurlijke heroverweging in beginsel onmisbaar. Citeertitel; inwerkingtreding Deze regeling kan worden aangehaald als: Beleidsregels WWB Stichtse Vecht. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking. Het collegebesluit met betrekking tot de beleidsregels Wet werk en bijstand van de gemeenten Breukelen en Loenen, zoals vastgesteld op 19 december 2006, wordt ingetrokken, met uitzondering van de richtlijnen die betrekking hebben op debiteuren, te weten B109 t/m B113, B120, B121 t/m B126, B131, B132, B140, B141; Het collegebesluit met betrekking tot de beleidsregels Wet werk en bijstand van de gemeente Maarssen, zoals vastgesteld op 20 november 2007, wordt integraal ingetrokken; Het collegebesluit “Vermogensvaststelling Wet werk en bijstand” van de gemeente Maarssen, zoals vastgesteld op 16 december 2008, wordt ingetrokken. Het collegebesluit met betrekking tot de aanpassing van enkele beleidsregels IASZ, zoals vastgesteld door de colleges van Breukelen en Loenen op 20 juli 2010, wordt integraal ingetrokken. Aldus vastgesteld in de collegevergadering van 3 juli 2012. De secretaris, De burgemeester

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel