Naar hoofdinhoud

Artikel 4.

Voorwaarden gebruik verkoopwagen

Onderdeel van Beleidsregel eigen materiaal markten Kerkrade 2012

Bij het verlenen van toestemming voor het gebruik van een verkoopwagen gelden de volgende voorschriften: De verkoopwagen dient inpasbaar te zijn op de markt en mag geen overlast voor derden veroorzaken; De verkoopwagen mag niet langer zijn dan het aantal strekkende meters standplaats die volgens de marktvergunning zijn toegewezen; De verkoopwagen moeten gelijk met de voorste staanders van de kramenrij worden opgesteld. De voorklep van de verkoopwagen mag, aan de zijde van het looppad, oversteken buiten de afmetingen van de toegewezen standplaats . De hoogte van de voorklep van de verkoopwagen die oversteekt buiten de standplaats dient ten minste 2.10 te zijn. Dissels, zij- en achterkleppen, deuren en andere voorwerpen mogen in de verkoopopstelling niet uitsteken buiten de toegewezen standplaats en dienen op hoekplaatsen veilig te zijn afgedekt; De voorklep van een verkoopwagen die oversteekt buiten de standplaats mag alleen buiten de openingstijden van de markt open zijn, indien alle in de rij staande vergunninghouders met hun voertuig onder de klep doorkunnen; Aan of onder het gedeelte van de voorklep dat uitsteekt buiten de standplaats mogen geen zeilen of andere materialen worden bevestigd en mag geen koopwaar worden opgehangen of uitgestald; Aan de zijkanten van de verkoopwagen mogen geen zeilen of ander materiaal worden aangebracht die de doorgang aan de verkoopzijde hinderen of het uitzicht op de naastgelegen kramen c.q verkoopwagens beperken; Het tijdstip alsmede de wijze van aanrijden, plaatsen en verwijderen van de verkoopwagen moet zodanig geschieden dat de overige vergunninghouders en de kramenzetter niet onnodig worden belemmerd in het op- en afrijden en inrichten van hun standplaats.;

Rechtspraak bij dit artikel